Donderdag 10 april 2025 werd de advocaat van Ridouan Taghi, aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan deelneming aan een criminele organisatie. Deze gebeurtenis roept een fundamentele juridische vraag op: wat wordt onder dit strafbare feit precies verstaan? Wanneer is iemand volgens de wet daadwerkelijk deelnemer aan een criminele organisatie? Het antwoord op die vraag vereist een zorgvuldige afweging van de rol, gedragingen en intenties van de verdachte. Niet alleen actieve betrokkenheid, maar ook ondersteunende handelingen kunnen strafbaar zijn. De grenzen tussen medeplichtigheid en daadwerkelijke deelneming zijn juridisch complex en contextafhankelijk. In deze blogpost leest u meer over de wettelijke vereisten voor deelneming aan een criminele organisatie.
Wettelijk kader: artikel 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Deelneming aan een criminele organisatie is strafbaar gesteld in artikel 140 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel stelt dat “hij die deelneemt aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
Om tot een veroordeling op deze grondslag te komen, moet aan drie cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
- Er moet sprake zijn van een ‘organisatie’
Uit vaste jurisprudentie, waaronder HR 22 januari 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BB6732), volgt dat een organisatie wordt gekenmerkt door een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen ten minste twee personen. Daarbij is het niet vereist dat sprake is van een formele hiërarchie, statuten of interne regels. Wel moet er sprake zijn van enige mate van structuur en continuïteit in de samenwerking. - De organisatie moet het oogmerk hebben om misdrijven te plegen
Het vereiste oogmerk ziet op het plegen van misdrijven, niet slechts overtredingen. Enkele belangrijke aspecten zijn:- Het gaat om meerdere misdrijven; het hoeft niet te gaan om concreet bepaalde strafbare feiten qua tijd, plaats of specifieke uitvoering.
- Het plegen van misdrijven hoeft niet het uitsluitend beoogde doel van de organisatie te zijn, zolang het plegen van strafbare feiten maar een wezenlijk oogmerk vormt.
- Uit de bewijsvoering moet het oogmerk voldoende blijken; dat hoeft dus niet expliciet in de tenlastelegging te zijn opgenomen.
- De verdachte moet daadwerkelijk ‘deelnemen’ aan de organisatie
De wet spreekt van deelneming, en niet van lidmaatschap. Lid zijn van een groep of het betalen van contributie is op zichzelf onvoldoende. Voor strafbare deelneming zijn drie elementen van belang:
a) Behoren tot de organisatie
De betrokkene moet feitelijk onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband. Dit criterium helpt bij het onderscheiden van betrokkenen van buitenaf (bijvoorbeeld gelegenheidshelpers) van daadwerkelijke deelnemers. Een betrokkene met een lidmaatschap, die enkel alleen contributie betaalt, valt hier dus niet onder.
b) Deelnemingshandelingen
De betrokkene moet een bijdrage leveren die een aandeel vormt in, of ondersteuning biedt aan gedragingen die strekken of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deze gedraging hoeft echter niet perse strafbaar te zijn. Ten slotte hoeven de deelnemingshandelingen niet te bestaan uit het daadwerkelijk plegen van de misdrijven waarop het oogmerk is gericht, zo oordeelde de Hoge Raad op 8 oktober 2002.
c) Opzet
De deelnemer moet opzettelijk deelnemen aan de organisatie. Dat opzet ziet zowel op het deelnemen zelf, als op de wetenschap dat de organisatie het oogmerk heeft misdrijven te plegen.
Volgens HR 5 september 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AX9379) is het niet vereist dat de verdachte concrete kennis heeft van de aard of aard en omvang van de beoogde misdrijven. Voldoende is dat hij weet of moet weten dat de organisatie strafbare feiten tot doel heeft.
Conclusie
Deelneming aan een criminele organisatie is pas strafbaar wanneer cumulatief wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Er is sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen ten minste twee personen.
- Dat samenwerkingsverband heeft het oogmerk om misdrijven te plegen.
- De verdachte neemt daar bewust en actief aan deel door middel van feitelijke gedragingen die bijdragen aan dat misdadig oogmerk.
De beoordeling is steeds feitelijk en contextafhankelijk. Deze strafbepaling is daarmee een krachtig instrument in de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, maar vraagt van de rechter ook een zorgvuldige toepassing op basis van gedetailleerd bewijs.
De Brouwer Advocaten
Bent u verdachte van deelneming aan een criminele organisatie? De strafrechtadvocaten van De Brouwer Advocaten Rotterdam staan voor u klaar. U kunt ons advocatenkantoor bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
