OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Pleger, doen-pleger, medepleger of uitlokker?

De dader die het misdrijf heeft gepleegd kan verschillend worden gekwalificeerd. De rechter bepaalt welke kwalificatie past bij de dader door te kijken naar de omstandigheden rond het misdrijf. Dit brengt ons bij de volgende vraag: Wanneer is er sprake van een pleger, doen-pleger, medepleger of uitlokker? In deze blog volgt een uitleg van elk van de vier kwalificaties voor een dader.

De pleger

De pleger is degene die een misdrijf individueel pleegt. Een voorbeeld van een pleger is iemands auto in brand steken, omdat die persoon je nog geld verschuldigd is. Vaak doet een pleger iets plegen voor eigen gewin. De straf voor de pleger is afhankelijk van het misdrijf dat is gepleegd.

De doen-pleger

Er is sprake van een doen-pleger als de dader een misdrijf door een ander laat uitvoeren. Bij doen plegen is de echte pleger van het misdrijf niet strafbaar. Dat is dus de persoon die is aangezet om het misdrijf te plegen. Tenzij de pleger zelf strafbaar is. In dat geval wordt de doen-pleger niet gestraft en spreken we van afwezigheid van alle schuld. De afwezigheid van alle schuld duidt zich op het feit dat in dit geval de doen-pleger het maximale heeft gedaan om te voorkomen dat hij zich schuldig maakt aan het plegen van een misdrijf.

Een voorbeeld hiervan speelde zich af in het ‘Melk en water-arrest’: Een veehouder had zijn knecht met aangelengde melk doen afleveren bij een klant, onder de benaming ‘volle melk’. Dit was verboden en de veehouder werd door de rechtbank schuldig bevonden, maar daar liet de veehouder het niet bij. In cassatie beweerde hij dat ‘doen plegen’ alleen schuldig bevonden kan worden als de pleger (de knecht) niet strafbaar is. De Hoge Raad meende dat de rechtbank wel degelijk onderzoek had gedaan. De rechtbank oordeelde dat bij de knecht sprake was van afwezigheid van alle schuld. De knecht kon niet gestraft worden, waardoor de veehouder als doen-pleger schuldig werd bevonden door de Hoge Raad.

De medepleger

Een ander woord voor de medepleger is deelneming. Er zijn twee vormen, namelijk medeplegen en medeplichtigheid.

Medeplegen

Een dader doet aan medeplegen als er geen verschil is in de rol en bijdrage van de verschillende plegers. Het kan voorkomen dat het misdrijf gepleegd wordt door drie medeplegers en door geen enkele individuele pleger. Dan is er sprake van het gezamenlijk uitoefenen van dezelfde rol en dus medeplegen. Iemand die medepleeg/deelneem aan het plegen van het misdrijf, kan even zwaar gestraft worden als de pleger.

Medeplichtigheid

Van medeplichtigheid bij is sprake als de pleger opzettelijk is geholpen door het vergemakkelijken of plegen van het misdrijf. Daaronder valt ook het opzettelijk de gelegenheid, middelen of inlichtingen bieden tot het plegen van het misdrijf. Er is sprake van opzet indien er doelgericht is gehandeld. Anders gezegd was de medeplichtige op de hoogte van de bedoelingen van de pleger. Bij medeplichtigheid is er sprake van een verschil in rol en bijdragen tussen de pleger en medeplichtige. De medeplichtige heeft een minder belangrijke rol en wordt minder zwaar gestraft dan de pleger. Er moet wel sprake zijn van een dubbele opzet. Dit betekent dat de opzet gericht is op hulp die de medeplichtige verleent tot of bij de uitvoering van het misdrijf. Verder moet de opzet voldoen aan alle onderdelen die beschreven staan in de wet waar het misdrijf over gaat. Een voorbeeld is mishandeling dan moeten alle onderdelen die beschreven worden over mishandeling met opzet zijn gedaan door de medeplichtige. Het strafmaximum bij medeplichtigheid wordt met 1/3 verminderd. Indien er op het misdrijf levenslang staat, wordt dit bij medeplichtigheid aan het misdrijf maximaal 20 jaar gesteld.

De uitlokker

De uitlokker werkt in beginsel zelf niet mee aan de uitvoering van het delict. Bij uitlokking gaat het erom dat de uitlokker bij de uitgelokte opwekt om een misdrijf te plegen. Het initiatief ligt dus bij de uitlokker. De uitlokker is degene die wil dat het misdrijf wordt gepleegd en de uitgelokte is degene die ertoe gebracht is om het misdrijf te plegen.

Om aan te kunnen nemen dat er sprake is van uitlokking dient er aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan. Allereerst moet de uitlokker opzettelijk hebben uitgelokt. Verder moet de uitlokker een ander (uitgelokte) op het idee brengen of doen besluiten om het misdrijf te plegen. Ook moeten er één of meer uitlokkingsmiddelen zijn gebruikt, zoals beloftes of geweld etc. tegen de uitgelokte. Uiteindelijk moet het misdrijf een gevolg zijn van de uitlokking en strafbaar zijn.
Het verschil tussen de uitgelokte en doen plegen is dat de uitgelokte zelf ook wordt gestraft.

Een voorbeeld hiervan speelde zich af in het ‘Pastoor-arrest’: Een uitspraak van de Hoge Raad waarin het verschil duidelijk werd tussen doen plegen en uitlokking. Het had betrekking op een pastoor die een school runde in afgekeurde lokalen. Echter, hij gaf zelf geen les maar had daarvoor twee onderwijzeressen in dienst. Dit maakt dat er voor doen plegen was gekozen. De pastoor wist dit met succes aan te vechten, omdat de onderwijzeressen zelf strafrechtelijk verantwoordelijk waren. De Hoge Raad was het hiermee eens en meende wel dat het gedrag van de pastoor verwijtbaar was. De conclusie is dat er geen sprak was van doen plegen maar uitlokking.

De Brouwer Advocaten

Ben u verdachte in een strafzaak? De strafrechtadvocaten van De Brouwer Advocaten staan voor u klaar, of het nu gaat om een familierecht advocaat inschakelen, vastgoedrecht of strafrecht.
U kunt ons advocatenkantoor Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 200 2861 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.