OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Omgang vragen voor kleinkind wordt makkelijker

Voor opa’s en oma’s wordt het juridisch makkelijker om te vragen hun kleinkind te zien als de ouders daar niet aan meewerken. Er is een wetsvoorstel door minister Franc Weerwind ingediend over omgang voor grootouders met hun kleinkind naar de Tweede Kamer gestuurd. Voorheen was het al mogelijk om de rechter te verzoeken om omgang met het kleinkind, maar daar lagen juridische aspecten aan ten grondslag waardoor een verzoek niet-ontvankelijk kon worden verklaard. Dit zal in de toekomst niet langer het geval zijn.

Achtergrond

Het recht op omgang met kleinkinderen door grootouders is een complex juridisch onderwerp dat de belangen van verschillende partijen kan raken, waaronder de ouders, grootouders en het welzijn van het kind. In de rechtsmacht wordt erkend dat grootouders een belangrijke rol kunnen spelen in het leven van hun kleinkinderen en dat het in het belang van het kind kan zijn om contact te onderhouden met hun grootouders, zelfs als er conflicten zijn binnen de familie.

Omgang met kleinkind

Het verschil met ouders van het kind zit in het feit dat een ouder een recht heeft tot omgang (een contactregeling of verdeling van zorg) met het kind. Grootouders hebben het recht om omgang met het kleinkind te verzoeken aan de rechter. Grootouders zijn bloedverwant van het kind, net zoals bijvoorbeeld ooms en tantes dat zijn. Grootouders kunnen de rechter alleen vragen om een omgangsregeling vast te stellen wanneer de band met hun kleinkinderen gekwalificeerd kan worden als een ‘nauwe persoonlijke betrekking. Een omgangsregeling is voor degene zonder ouderlijk gezag. In de meeste gevallen hebben de ouders het gezamenlijk gezag of één van hen het volledige gezag, dus vallen grootouders onder degene zonder ouderlijk gezag. In de omgangsregeling worden omgangsmomenten vastgesteld tussen de kleinkinderen en grootouders. De rechter kan het voorgestelde omgangsregeling vastleggen. Beide partijen dienen zich aan de omgangsregeling te houden. Heeft u vragen over het wijzigen van een omgangsregeling? Onze omgangsregeling advocaat staat u graag bij!

Wettelijk toetsingskader van nu

Uit de Nederlandse wet volgt dat een kind recht op omgang heeft met zijn ouders en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De grootouders worden op dit moment niet expliciet in de wet benoemd en dus geen wettelijk omgangsrecht. Op grond van een nauwe persoonlijke betrekking kunnen grootouders omgang met het kleinkind bewerkstelligen. Een nauwe persoonlijke betrekking is een juridische term waarover veel kan worden gediscussieerd. Een nauwe persoonlijke betrekking geeft het recht op een familieleven (hierna: family life). Het recht op ‘family life’, zoals in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens is neergelegd. Er is sprake van ‘family life’ als er tussen het kind en degene aanwezig is geweest bij de geboorte van het kind en daarna op zijn minst serieuze pogingen heeft gedaan om contact te houden met het kind.

Grootouders dienen aan te tonen dat er bijkomende omstandigheden zijn waaruit blijkt dat zij meer voor het kind betekenen dan grootouders ‘’normaal gesproken’’ doen. Meestal hebben grootouders een zorg- en opvoedtaak gehad waaruit dit blijkt. Vaak is ook normaal contact al voldoende is om aan te tonen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Doorgaans wordt dit bij familieleden minder streng beoordeeld. Als is vastgesteld dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking geldt bovendien nog als voorwaarde voor omgang dat dit in het belang is van het kind. Daarbij heeft de rechter een ruime beoordelingsvrijheid. Om welke reden dan ook, kan de rechter het verzoek om omgang van degene, van wie is vastgesteld dat daadwerkelijk sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking, alsnog afwijzen.

Jurisprudentie biedt inzicht in hoe rechtbanken omgaan met geschillen over omgang tussen grootouders en kleinkinderen. In veel gevallen hebben rechtbanken geoordeeld dat grootouders recht hebben op omgang met hun kleinkinderen, tenzij er dwingende redenen zijn om dit recht te beperken of te ontzeggen.

Wat verandert er in de toekomst?

Minister Weerwind heeft een wetsvoorstel ingediend genaamd ‘’Wet drempelverlaging omgangsverzoeken grootouders’’ om de drempel te verlagen voor grootouders om omgang met hun kleinkinderen te verzoeken.  Het uitgangpunt wordt dat een grootouder een nauwe persoonlijke betrekking heeft met een kleinkind en dit niet meer hoeft aan te tonen voordat het verzoek ontvankelijk wordt verklaard. De rechter komt hierdoor daadwerkelijk toe aan de vraag of een omgangsregeling in het belang van het kind is en wordt hierdoor in staat gesteld om een gedegen afweging te maken tussen de verschillende belangen. Daartoe wordt artikel 1:377 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek gewijzigd en daarmee een uitzondering gemaakt op artikel 149 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hiermee wordt vermoedelijk voor grootouders de feitelijke toegang tot de rechter om tot omgang te verzoeken beter gewaarborgd en de rechtszekerheid bevorderd. Dit vermoeden kan door belangen worden weerlegd.

De Brouwer Advocaten

Heeft u na het lezen van deze blog vragen over een procedure voor omgang met uw kleinkind? Onze familierecht advocaten staan u graag bij!  U kunt ons advocatenkantoor in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.