Wanneer een jongere onder de 18 jaar een strafbaar feit pleegt, gelden andere regels en sancties dan bij volwassenen. Het jeugdstrafrecht treedt dan in werking. Maar wat houdt dat precies in, en welke sancties kunnen worden opgelegd? In dit artikel leggen wij u dat helder uit.
Doel van het jeugdstrafrecht
Het jeugdstrafrecht heeft een wezenlijk ander karakter dan het volwassenenstrafrecht. Het jeugdstraf- en strafprocesrecht heeft een pedagogisch karakter, met als algemeen uitgangspunt het voorkomen van recidive. Waar bij volwassenen de nadruk sterker ligt op bestraffing en vergelding, staat bij jeugdigen de re-integratie in de samenleving centraal.
Het uitgangspunt is dat jongeren zich nog volop in een ontwikkelingsfase bevinden en dat crimineel gedrag in veel gevallen kan worden afgeleerd door middel van gerichte begeleiding, behandeling en educatie. De hersenen van mensen zijn meestal pas volledig ontwikkeld wanneer zij ongeveer 24 jaar oud zijn, en niet iedereen ontwikkelt zich op dezelfde manier of met dezelfde snelheid. Een rechter moet daarom rekening kunnen houden met het individuele ontwikkelingsniveau van de verdachte.
Het uitgangspunt is dat de jongere leert van zijn fouten en een nieuwe kans moet krijgen. Het strafproces wordt daarbij gezien als aangrijpingspunt om een keerpunt bij de jongere te bewerkstelligen. Dit komt ook tot uitdrukking in de voorkeursvolgorde bij het opleggen van sancties: de rechter dient, waar mogelijk, te kiezen voor de lichtste passende interventie.
Voor wie geldt het jeugdstrafrecht?
Het jeugdstrafrecht is van toepassing op minderjarigen tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen onder de 12 jaar kunnen in Nederland niet strafrechtelijk worden vervolgd. Vanaf 18 jaar geldt in beginsel het volwassenenstrafrecht.
De rechter beschikt echter over de bevoegdheid om van dit uitgangspunt af te wijken. Dit vloeit voort uit het zogenaamde adolescentenstrafrecht, dat flexibiliteit biedt rond de leeftijdsgrens van 18 jaar.
De rechter kan bij jeugdigen van 18 tot 23 jaar besluiten het jeugdstrafrecht toe te passen, en tegelijkertijd kan de rechter in bepaalde gevallen besluiten om jeugdigen van 16 tot 18 jaar volgens het volwassenenstrafrecht te berechten. Vanaf 23 jaar is toepassing van het volwassenenstrafrecht altijd verplicht.
Wanneer kan een minderjarige via het volwassenenstrafrecht worden berecht?
Op grond van artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter jongeren van 16 of 17 jaar berechten volgens het volwassenenstrafrecht. Dit is mogelijk wanneer de rechter dit geboden acht gezien de ernst van het begane feit, de persoonlijkheid van de dader, of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
Afdoening buiten de rechter om: reprimande en Halt
Niet elke zaak wordt voorgelegd aan de rechter. Het jeugdstrafrecht kent ook lichtere interventies die buiten het justitiële circuit worden afgedaan en geen justitiële documentatie tot gevolg hebben.
De politie heeft de mogelijkheid om zeer lichte strafbare feiten af te doen via een reprimande: een mondelinge waarschuwing waarbij de ouders van de jeugdige worden geïnformeerd en eventuele schade aan het slachtoffer dient te worden vergoed. Bij de beslissing om een reprimande op te leggen wordt rekening gehouden met de leeftijd van de verdachte, de geringe gevolgen van het feit en het optreden van ouders of school.
Jongeren tussen de 12 en 18 jaar die een strafbaar feit plegen, komen mogelijk ook in aanmerking voor een Halt-afdoening. Dit is een buitenstrafrechtelijke interventie die strafrechtelijke vervolging kan voorkomen. Voorwaarden zijn onder meer dat de jongere voor het eerst met politie in aanraking komt, een volledige bekentenis heeft afgelegd en dat er duidelijk bewijs voorhanden is. De jongere dient bovendien vrijwillig in te stemmen met de verwijzing. Een Halt-afdoening bestaat onder andere uit het aanbieden van excuses aan het slachtoffer, het vergoeden van de schade en het uitvoeren van een leer- of werkopdracht, met een maximale duur van 20 uur. Een jongere kan maximaal twee keer naar Halt worden verwezen. Een Halt-afdoening leidt niet tot een aantekening op het strafblad.
De hoofdstraffen
Binnen het jeugdstrafrecht gelden drie hoofdstraffen: de geldboete, de taakstraf en de jeugddetentie. Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot het opleggen van een voorwaardelijke straf.
Geldboete: de geldboete kan altijd worden opgelegd, ook in combinatie met een andere hoofdstraf. Het bedrag varieert van €3 tot €3.350.
Taakstraf: de taakstraf bestaat doorgaans uit een combinatie van een werkstraf en een leerstraf. Per afzonderlijke strafsoort geldt een maximum van 200 uur. Wanneer een combinatie van beide wordt opgelegd, bedraagt de maximale duur 240 uur.
Jeugddetentie: voor jongeren tot 16 jaar geldt een maximale jeugddetentie van 12 maanden; voor jongeren vanaf 16 jaar bedraagt dit maximum 24 maanden. Gedurende de detentie ontvangen jongeren onderwijs of therapie. De jeugddetentie kan worden gecombineerd met de overige hoofdstraffen.
Bijkomende straffen
Naast een hoofdstraf kan de rechter bijkomende straffen opleggen, te weten een verbeurdverklaring of een ontzegging van de rijbevoegdheid. Bij een verbeurdverklaring worden goederen die direct of indirect zijn verkregen via een strafbaar feit, in beslag genomen, ongeacht de legale of illegale aard daarvan.
De maatregelen
Naast straffen kan de rechter ook maatregelen opleggen.
Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ): de PIJ-maatregel — in de volksmond ook wel jeugd-tbs genoemd — kan worden opgelegd wanneer een jongere kampt met een ontwikkelingsachterstand of een geestelijke stoornis. De jongere wordt intensief behandeld en begeleid in een justitiële jeugdinrichting, teneinde het recidiverisico te verminderen. De maatregel duurt minimaal drie en maximaal zeven jaar. In het laatste jaar kan de jongere onder strikte voorwaarden en begeleiding de inrichting verlaten.
Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM): wanneer de PIJ-maatregel als te zwaar wordt beschouwd, kan de rechter een GBM opleggen. Deze maatregel verplicht de jongere tot het volgen van trainingen, cursussen of behandelingen gericht op het verminderen van ongewenst gedrag en het aanpakken van verslavingen. De maatregel duurt minimaal zes en maximaal twaalf maanden en kan eenmalig worden verlengd.
Schadevergoeding: op verzoek van het slachtoffer kan de rechter een schadevergoeding toewijzen. De jongere dient hiervoor minimaal 14 jaar oud te zijn. Bij 12- en 13-jarigen wordt de schade verhaald op de ouders.
Inbeslagname van illegale voorwerpen: de rechter kan te allen tijde gevaarlijke of illegale voorwerpen — zoals messen en wapens — die bij een jongere worden aangetroffen, in beslag nemen.
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel: deze maatregel strekt ertoe te voorkomen dat een verdachte profijt trekt uit criminele activiteiten. De rechter kan de maatregel toepassen bij direct of indirect verkregen voordeel uit strafbare feiten.
Vrijheidsbeperkende maatregelen: de rechter kan vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen, zoals een straat- of contactverbod, om de kans op recidive te beperken.
Vervangende jeugddetentie: indien een opgelegde straf of maatregel niet naar behoren wordt uitgevoerd, kan de rechter vervangende jeugddetentie of hechtenis opleggen. Bij de bepaling van de duur weegt de rechter alle relevante omstandigheden mee, waaronder het gedrag van de jongere en de mate waarin reeds uitvoering is gegeven aan de oorspronkelijke straf.
De Brouwer Advocaten
Wordt u of uw kind verdacht in een strafzaak? De strafrechtadvocaten van De Brouwer Advocaten staan voor u klaar. U kunt ons advocatenkantoor Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 0019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
