Hoe komt de rechter tot een veroordeling?

Recentelijk heeft de Brouwer Advocaten een cliënt bijgestaan die werd verdacht van het bespugen van politieagenten. De zaak diende bij de Rechtbank in Amsterdam. De rechtbank moet in het strafproces vier hoofdvragen beantwoorden om tot een veroordeling te komen. Deze vragen dienen bij elk proces altijd en in dezelfde volgorde beantwoord te worden.

Kunnen de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend worden bewezen?

De rechtbank moet de bewijsmiddelen die zijn aangeleverd door de officier van justitie beoordelen. Ten eerste moeten de bewijsmiddelen wettig bewijs zijn. Wettige bewijsmiddelen zijn onder andere de eigen waarneming van de rechter, processen-verbaal van de politie, getuigenverklaringen, een aangifte of de verklaring van de verdachte zelf. Ten tweede moet de rechtbank de overtuiging hebben dat de verdachte daadwerkelijk de strafbare feiten heeft begaan.

Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of het wettige bewijs overtuigend is. Dit betekent dat de rechter door het bewijs de persoonlijke overtuiging moet hebben dat een verdachte datgene heeft gedaan waarvan hij of zij wordt beschuldigd. Het is dus mogelijk dat een rechter het bewijs wettig vindt, maar niet overtuigend. Ook kan een rechter het bewijs wel overtuigend vinden, maar is dit niet op een wettige manier verkregen. In beide gevallen zal vrijspraak van een verdachte volgen.

Zijn de bewezen feiten strafbare feiten?

Deze vraag komt erop neer dat de bewezenverklaarde feiten daadwerkelijk in de wet als strafbaar zijn gekwalificeerd. De rechtbank kan bijvoorbeeld wettig en overtuigend bewijzen dat een verdachte zijn tanden heeft gepoetst, maar dit feit staat niet in de wet als strafbaar feit.

Nog een voorbeeld: als kan worden bewezen dat iemand is gedood, moet de rechtbank dit feit kwalificeren. De rechtbank moet zogezegd kijken welk juridisch jasje het feit heeft: een gedood persoon kan bijvoorbeeld het slachtoffer zijn geworden van moord, doodslag, dood door schuld, zware mishandeling met de dood tot gevolg of bijvoorbeeld zijn overleden als gevolg van euthanasie.

Is er sprake van een omstandigheid die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit?

De omstandigheden die de strafbaarheid van een verdachte uitsluiten, heten strafuitsluitingsgronden. Deze gronden zijn onder te verdelen in rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsronden. Hierbij kan worden gedacht aan gevallen als zelfverdediging (noodweer) of handelen onder invloed van een geestelijke stoornis. Dit betekent dat er wel een strafbaar feit is gepleegd, maar dat de verdachte hiervoor niet verantwoordelijk kan worden gehouden. De rechter is dan van mening dat het niet de schuld is van de verdachte of dat zijn strafbaar handelen te rechtvaardigen is. Politieagenten zijn bijvoorbeeld ook niet strafbaar als zij gepast geweld toepassen in de uitoefening van hun functie.

Welke straf dient te worden opgelegd?

Als de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, dit strafbare feiten zijn en er geen sprake is van omstandigheden die strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, komt de rechter toe aan de laatste vraag: welke straf moet aan de verdachte worden opgelegd? Hierbij spelen de ernst van de strafbare feiten, maar ook de persoonlijke omstandigheden van een verdachte een rol.

De Brouwer Advocaten

Heb je ook een uitnodiging gekregen om bij de Officier te komen? Of kent u een persoon die in een dergelijke vervelende situatie zit, schroom dan niet om ons te contacten. U kunt ons bereiken op het telefoonnummer 010 423 00 19 of op het mailadres info@debrouweradvocaten.nl