OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Kinderbeschermingsmaatregelen in Nederland

Ieder minderjarig kind staat onder gezag. Dit kan gezamenlijk ouderlijk gezag, eenhoofdig gezag of gezamenlijk gezag met een niet-ouder of voogdij zijn. Wanneer er zorgen zijn over de manier waarop een kind opgroeit, kan er een kinderbeschermingsmaatregel worden opgelegd waarmee het ouderlijk gezag wordt beperkt of zelfs helemaal wordt beëindigd. In Nederland kent men de ondertoezichtstelling, de uithuisplaatsing en de gezagsbeëindigende maatregel. In deze blog leest u wat de verschillende maatregelen inhouden en wanneer deze kunnen worden opgelegd.

Ondertoezichtstelling

Door middel van een ondertoezichtstelling kan een kind onder toezicht worden gesteld van een gecertificeerde instelling. Dat is een instantie die de ondertoezichtstelling uitvoert en een jeugdzorgmedewerker, ook wel gezinsvoogd genoemd, aan het kind koppelt. De jeugdzorgwerker biedt de ouders en het kind hulp en begeleiding bij het oplossen van de problemen. Daarbij kunnen er allerlei vormen van hulpverlening worden ingezet. Hierbij kunt u denken aan speltherapie, opvoedondersteuning, traumatherapie enzovoort.

Een belangrijk instrument bij de ondertoezichtstelling is de schriftelijke aanwijzing. De gezinsvoogd kan aan de ouders of het kind een schriftelijke aanwijzing geven over de verzorging en opvoeding. Ouders zijn verplicht deze aanwijzing op te volgen. Zijn zij het er niet mee eens, dan kunnen zij de rechter verzoeken de aanwijzing vervallen te verklaren.

Let op: bij een ondertoezichtstelling behouden de ouders het gezag over het kind. Het gezag wordt echter wel beperkt.

Criteria ondertoezichtstelling

In artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek zijn de criteria voor een ondertoezichtstelling opgenomen. Allereerst is vereist dat het kind zodanig opgroeit dat hij op ernstige wijze in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast is vereist dat de noodzakelijke zorg om die bedreiging weg te nemen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouders of het kind. Een ondertoezichtstelling kan worden verzocht door de Raad voor de Kinderbescherming of door de gecertificeerde instelling. Ouders kunnen zelf geen verzoek tot oplegging indienen, maar zij kunnen wel een verzoek tot opheffing van de maatregel bij de rechter indienen.

Voorlopige ondertoezichtstelling

In crisissituaties waarbij snel moet worden ingegrepen kan de rechter een kind voorlopig onder toezicht stellen, zonder de ouders en het kind te horen. De rechter spreekt de voorlopige ondertoezichtstelling uit voor de duur van twee weken indien er wordt voldaan aan twee criteria. De vereisten zijn dat er een ernstig vermoeden is dat er sprake is van gronden voor een gewone ondertoezichtstelling, en dat de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging van het kind weg te nemen. Na een voorlopige ondertoezichtstelling volgt meestal aansluitend een reguliere ondertoezichtstelling.

Duur ondertoezichtstelling

De duur van een reguliere ondertoezichtstelling is maximaal een jaar. De maatregel kan daarna steeds met maximaal een jaar worden verlengd. In de praktijk kan een ondertoezichtstelling daardoor meerdere jaren duren, hoewel een ondertoezichtstelling niet jarenlang hoort te duren als er geen of onvoldoende vooruitgang wordt geboekt. Wat een aanvaardbare termijn is, is niet wettelijk vastgelegd en afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij de leeftijd en ontwikkeling van het kind een rol spelen.

Uithuisplaatsing

Wanneer een ondertoezichtstelling onvoldoende bescherming biedt kan een kind uit huis worden geplaatst. Dat mag uitsluitend met een machtiging die door de rechter is verleend. Bij voorkeur wordt een kind in een gezinshuis of pleeggezin geplaatst.

Als de ouders van het kind het er niet mee eens zijn dat hun kind uit huis wordt geplaatst, wordt er gesproken over een gedwongen uithuisplaatsing. Het kan echter ook gaan om een kind met ernstige gedragsproblemen en ouders die de situatie niet meer aankunnen. In zo’n situatie stemmen ouders vaak wel in met de maatregel en is de uithuisplaatsing vrijwillig.

Let op: ook bij een uithuisplaatsing behouden de ouders in principe het gezag over hun kind. Een uithuisplaatsing beëindigt het gezag niet automatisch. Pas als de gezagsbeëindigende maatregel wordt opgelegd, verliezen ouders het gezag.

Criteria uithuisplaatsing

De rechter beoordeelt of een uithuisplaatsing noodzakelijk is aan de hand van twee criteria. Ten eerste beoordeelt de rechter of de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. Daarnaast toetst hij of het noodzakelijk is voor het onderzoek van de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van het kind.

Omgang tijdens uithuisplaatsing

Een uithuisplaatsing betekent niet dat ouders hun kind niet meer mogen zien. Ouders behouden in beginsel het recht op omgang met hun kind. In de praktijk worden er afspraken gemaakt over de frequentie en de wijze van contact. De gecertificeerde instelling kan de omgang wel beperken als dat in het belang van het kind noodzakelijk is. Ouders kunnen tegen een beperking van de omgang bezwaar maken bij de rechter.

Voorlopige uithuisplaatsing

Een machtiging tot uithuisplaatsing kan, net zoals de ondertoezichtstelling, worden verleend voor de duur van maximaal een jaar en daarna telkens met maximaal een jaar worden verlengd. Ook bij de uithuisplaatsing kan in crisissituaties een machtiging worden verleend zonder de ouders en het kind te horen. De machtiging wordt dan voorlopig verleend voor de duur van twee weken. De rest van het verzoek wordt aangehouden en er wordt in die periode een zitting gepland om de ouders en eventueel het kind te horen.

Gezagsbeëindigende maatregel

De gezagsbeëindigende maatregel is de zwaarste kinderbeschermingsmaatregel. Middels deze maatregel kan de rechter het gezag van een of beide ouders beëindigen. Als het gezag van een van de ouders wordt beëindigd, dan heeft de andere ouder automatisch eenhoofdig gezag. Wanneer geen van beide ouders het gezag meer heeft, benoemt de rechtbank een voogd over het kind. Dat is doorgaans de gecertificeerde instelling of de pleegouder van het kind.

Criteria gezagsbeëindigende maatregel

De rechter kan het gezag van ouders beëindigen als wordt voldaan aan de volgende alternatieve criteria. Gezagsbeëindiging is mogelijk als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders niet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind weer zelfstandig op zich te nemen binnen een voor het kind aanvaardbare termijn. Gezagsbeëindiging is ook mogelijk indien de ouder misbruik maakt van het gezag. Een verzoek tot gezagsbeëindiging kan worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming of door de gecertificeerde instelling.

Duur gezagsbeëindigende maatregel

Een gezagsbeëindiging is in beginsel permanent en duurt tot het kind meerderjarig is. De rechter kan echter bepalen het gezag van een ouder te herstellen indien dit in het belang van het kind is en de ouder in staat is om duurzaam de zorg en opvoeding van het kind op zich te nemen. In de praktijk komt herstel van gezag zelden voor. Een verzoek tot herstel kan worden ingediend door de ouder zelf, maar ook door de voogd of de gecertificeerde instelling.

De Brouwer Advocaten

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen over de thuissituatie met uw kinderen? De familierechtadvocaten van De Brouwer Advocaten in Rotterdam kunnen u hiermee helpen. U kunt ons bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.