Voor een landelijk uniform strafvorderingsbeleid zijn voor de meest voorkomende delicten richtlijnen opgesteld, die enerzijds normerend zijn en anderzijds de professional de benodigde ruimte geven om te komen tot een afdoening die gericht is op de bijzondere omstandigheden van de zaak. De algemene uitgangspunten die van toepassing zijn bij het vorderen van straffen en straftoemeting door het OM zijn in deze aanwijzing opgenomen en zijn van toepassing op de richtlijnen.
Strafmaat
In mijn blog over uithalers van 26 januari 2022 wees ik al op het verschil tussen maximale straffen en de in de praktijk toegepaste richtlijnen met betrekking tot de strafmaat. Zelfs bij politieagenten is niet bekend dat maximale straffen niet worden opgelegd en wat überhaupt een eventuele straf is van de feiten die mensen plegen die zij vervolgen. Ontluisterend is vaak mijn verwijzing naar de richtlijnen die door rechters en officieren worden gebruikt. In mijn blog van 16 juli 2021 legde ik al uit op welke manier een rechter komt tot een veroordeling. Als hij het tenlastegelegde bewezen acht, dit een strafbaar feit oplevert en de verdachte ook strafbaar is komt hij toe aan de vraag welke straf dan passend is.
Ondanks dat de wetgever in het Wetboek van Strafrecht heeft aangegeven welke feiten de wetgever strafbaar acht en daarbij ook de ernst van het strafbare feit uitdrukt in de hoogte van de maximale straf, worden deze straffen in de praktijk nooit opgelegd. Dat is eigenlijk vreemd, maar aan de andere kant biedt het de rechter de handvatten om maatwerk te leveren door niet altijd gebruik te maken van de maximale straf. In mijn blog van 10 februari 2022 legde ik al uit welke straffen er in Nederland kunnen worden opgelegd zoals bijvoorbeeld gevangenisstraf, de taak – of werkstraf en de geldboete. Deze straffen kunnen al dan niet gecombineerd ook een voorwaardelijke vorm worden opgelegd met een proeftijd. Tijdens deze proeftijd kunnen ook aan de straffen bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals bijvoorbeeld het onderhouden van periodiek reclasseringscontact gedurende de proeftijd. Op deze manier kan de reclassering vinger aan de pols houden.
Hulpmiddel bij maatwerk
Als de rechter niet elke keer bij een bewezenverklaring de maximale straf oplegt, wat is dan de straf die hij voor een bepaald feit oplegt? Ook kun je je afvragen of alle rechters dan hetzelfde oordelen en op welke manier in vergelijkbare gevallen gelijk wordt gestraft.
Nou, daarvoor heeft de rechtspraak oriëntatiepunten straf toemeting opgesteld. Deze oriëntatiepunten zijn tot stand gekomen via een landelijk overleg van de voorzitters van de strafsector van de rechtbanken. Dit is helemaal niet bijzonder want ook kantonrechters, bestuursrechters en andere rechters maken gebruik van dergelijke richtlijnen. Naast deze oriëntatiepunten zijn er ook door het Openbaar Ministerie richtlijnen opgesteld zodat alle officieren van justitie die bij het bepalen van een strafeis toch een beetje dezelfde bandbreedte aanhouden. Wat opvalt is dat de richtlijnen van het Openbaar Ministerie strenger zijn (lees hogere strafadviezen) dan de oriëntatiepunten van de rechtspraak. Bij het bepleiten van een zaak dient een advocaat de richtlijnen te kennen en daarop zijn betoog te bouwen voor wat betreft een eventuele strafmaat.
Om een goed beeld te krijgen van de maximale straf in relatie tot de oriëntatiepunten zal ik het strafbare feit diefstal als voorbeeld nemen. Dit valt onder artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Hierop staat een maximumstraf van vier jaar, maar in de LOVS-richtlijn staat dat een First Offender in dat geval rekening moet houden met een geldboete van € 200,-. Word je binnen twee tot vijf jaar nogmaals veroordeeld voor diefstal, dan geeft de richtlijn aan dat je rekening moet houden met één of twee weken gevangenisstraf.
Zoals gezegd zijn dit oriëntatiepunten. Dit betekent dat de rechter hier niet aan gebonden is en binnen een bepaalde bandbreedte nog steeds maatwerk kan leveren door op basis van feiten en omstandigheden in het dossier af te wijken van de richtlijnen. Bepaalde veelvoorkomende afwijkingen in zowel positieve als negatieve zin zijn bij sommige feiten/straffen ook in de richtlijnen opgenomen. Zo maakt het bij een diefstal verschil of het een professioneel karakter heeft (een geprepareerde tas), of dat er sprake is van een rooftocht. Ook maakt de waarde van de buit verschil.
Wat opvalt is dat niet gemakkelijk een lijn kan worden gezien in de verhouding tussen de maximumstraf zoals deze door de wetgever is bepaald en de door de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Zo wordt in geval van bedreiging door het tonen van een (nep) vuurwapen in verhouding met de door de wetgever gegeven maximumstraf een procentueel veel hogere straf gehanteerd dan bij mishandeling met een slagwapen met lichamelijk letsel.
Lang niet alle strafbare feiten zijn opgenomen in de richtlijnen. Dit heeft ermee te maken dat het voor bepaalde feiten niet mogelijk is om een richtlijn te maken omdat er altijd sprake is van maatwerk. Waar de hoeveelheid cocaïne in de maag van een bolletjesslikker blijkbaar gestandaardiseerd kan worden in een richtlijn net zoals de hoeveelheid alcohol in je bloed, is dit veel lastiger in een geval waarbij er sprake is van een of meerdere levensdelicten. Daarom is er geen richtlijn voor bijvoorbeeld moord en doodslag.
Tot slot merk ik op dat richtlijnen niet meer zijn dan dat. Uiteindelijk is de rechter er niet aan gebonden, maar worden ze enkel gebruikt als hulpmiddel.
De Brouwer Advocaten
De advocaten en juristen van De Brouwer Advocaten zijn gespecialiseerd in onder andere het strafrecht. U kunt ons bereiken op het telefoonnummer 010 423 00 19 of via info@debrouweradvocaten.nl.
