OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Landelijk Uniform Strafvorderingsbeleid en Strafmaat Richtlijnen

Voor het tot stand brengen van een consistent strafvorderingsbeleid op nationaal niveau zijn richtlijnen ontwikkeld voor de meest voorkomende misdrijven. Deze richtlijnen vervullen een tweeledig doel: ze stellen normen vast en bieden tegelijkertijd ruimte aan professionals om passende beslissingen te nemen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elke zaak. De algemene beginselen die gelden voor het eisen van straffen en strafmaat worden in deze aanwijzing opgenomen en zijn van toepassing op de richtlijnen.

Strafmaat

In een eerdere blog wees ik al op het verschil tussen de maximale straffen en de praktische toepassing van richtlijnen met betrekking tot de strafmaat. Zelfs politieagenten zijn zich niet altijd bewust van het feit dat maximale straffen zelden worden opgelegd, en het kan voor hen vaak onduidelijk zijn welke straffen van toepassing zijn op de misdrijven die ze onderzoeken. Mijn verwijzing naar de richtlijnen die rechters en officieren hanteren, is vaak onthullend. In mijn blog van 16 juli 2021 legde ik al uit hoe een rechter tot een veroordeling komt. Als de rechter het ten laste gelegde bewezen acht, het als strafbaar beschouwt en de verdachte als schuldig erkent, rijst de vraag welke straf passend is.

Hoewel de wetgever in het Wetboek van Strafrecht heeft bepaald welke handelingen strafbaar zijn en de ernst van deze delicten heeft uitgedrukt in de vorm van maximale straffen, worden deze straffen in de praktijk zelden opgelegd. Dit lijkt misschien vreemd, maar het biedt rechters de mogelijkheid om maatwerk te leveren door niet altijd de maximale straf toe te passen. In mijn blog van 10 februari 2022 legde ik al uit welke straffen in Nederland kunnen worden opgelegd, zoals gevangenisstraf, taakstraffen, en geldboetes. Deze straffen kunnen ook voorwaardelijk worden opgelegd met een proeftijd. Tijdens deze proeftijd kunnen er ook specifieke voorwaarden worden gesteld, zoals regelmatig contact met reclassering. Zo kan de reclassering de situatie op de voet volgen.

 

Hulpmiddel bij Maatwerk

Als rechters niet consequent de maximale straf opleggen bij bewezenverklaring, wat is dan de straf die zij voor een specifiek misdrijf opleggen? En bestaat er uniformiteit in de oordelen van rechters bij vergelijkbare zaken?

Nou, hiervoor zijn de oriëntatiepunten voor straftoemeting in het leven geroepen door de rechterlijke macht. Deze oriëntatiepunten zijn tot stand gekomen via landelijk overleg tussen voorzitters van strafrechtsecties van rechtbanken. Dit is geen unieke situatie, want ook kantonrechters, bestuursrechters en andere rechters maken gebruik van dergelijke richtlijnen. Naast deze oriëntatiepunten heeft het Openbaar Ministerie (OM) ook richtlijnen opgesteld, zodat alle officieren van justitie een zekere consistentie in strafeisen behouden. Het opvallende is dat de richtlijnen van het OM vaak strenger zijn (leidend tot hogere strafeisen) dan de oriëntatiepunten van de rechtspraak. Advocaten moeten deze richtlijnen kennen en ze gebruiken bij het beargumenteren van de strafmaat in hun zaken.

Om een goed beeld te krijgen van de maximale straf in relatie tot de oriëntatiepunten, laten we diefstal als voorbeeld nemen, zoals omschreven in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. De maximale straf voor diefstal is vier jaar, maar de oriëntatiepunten van de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting (LOVS) suggereren bijvoorbeeld een geldboete van € 200,- voor een First Offender in dit geval. Als iemand binnen twee tot vijf jaar opnieuw wordt veroordeeld voor diefstal, suggereert de richtlijn een gevangenisstraf van één of twee weken.

Belangrijke opmerking

Het is belangrijk op te merken dat dit slechts oriëntatiepunten zijn, wat betekent dat rechters niet strikt gebonden zijn aan deze richtlijnen en nog steeds maatwerk kunnen toepassen op basis van de feitelijke situatie in elk individueel dossier. Sommige veelvoorkomende afwijkingen, zowel positief als negatief, worden zelfs in de richtlijnen vermeld voor bepaalde misdrijven en straffen. Bijvoorbeeld, bij diefstal maakt het verschil of het een professionele diefstal betreft (met een speciaal geprepareerde tas) of een incidentele gelegenheidsdiefstal. Ook de waarde van de gestolen goederen kan een rol spelen.

Het valt op dat er geen duidelijke lijn kan worden getrokken tussen de maximale straffen zoals vastgesteld door de wetgever en de oriëntatiepunten ontwikkeld door de rechtspraak. Bijvoorbeeld, in het geval van bedreiging met het tonen van een (nep) vuurwapen wordt in verhouding tot de door de wetgever vastgestelde maximale straf een veel hogere straf toegepast dan bij mishandeling met een slagwapen met lichamelijk letsel.

Niet alle strafbare feiten zijn opgenomen in de richtlijnen, omdat sommige zaken te complex zijn voor een vaste richtlijn vanwege de noodzaak van maatwerk. Waar de hoeveelheid cocaïne in de maag van een drugssmokkelaar schijnbaar gestandaardiseerd kan worden in een richtlijn, net als de hoeveelheid alcohol in het bloed, is dit veel moeilijker in gevallen van levensdelicten. Bijvoorbeeld, er is geen richtlijn voor moord en doodslag.

Tot slot moet worden opgemerkt dat de richtlijnen niet bindend zijn voor rechters; ze dienen slechts als richtlijn en hulpmiddel bij het bepalen van passende straffen.

De Brouwer Advocaten

De advocaten en juristen van De Brouwer Advocaten Rotterdam zijn gespecialiseerd in verschillende rechtsgebieden, waaronder strafrecht en familierecht. U kunt contact met ons opnemen via telefoonnummer 010 423 00 19 of per e-mail via info@debrouweradvocaten.nl. Wij helpen u graag met uw hulpvraag.