Het woord alleen al geeft een knoop in de maag: kinderontvoering. Toch is het een situatie die vaker voorkomt dan veel mensen denken, ook in Nederland. Of het nu gaat om een ex-partner die het kind niet terugbrengt na een vakantie, of om een ouder die met het kind naar het buitenland vertrekt zonder toestemming — kinderontvoering kan een ouder van de ene op de andere dag in een juridische nachtmerrie storten. In deze blog leggen we uit wat kinderontvoering precies inhoudt, wanneer er sprake van is en wat u kunt doen als u in deze situatie terechtkomt.
Wanneer is er sprake van kinderontvoering?
In de volksmond denkt men bij ontvoering al snel aan een vreemde die een kind meeneemt. Juridisch gezien is de situatie echter anders. Van internationale kinderontvoering is sprake wanneer een ouder — of een andere persoon — een kind overbrengt naar of vasthoudt in een ander land, in strijd met het gezagsrecht van de andere ouder. Het kind wordt dan wederrechtelijk onthouden aan degene die het gezag heeft of uitoefent.
Het hoeft dus helemaal geen onbekende te zijn. In verreweg de meeste gevallen is het de andere ouder die het kind meeneemt. Denk aan de situatie waarbij ouders zijn gescheiden, één ouder in het buitenland woont en het kind na een vakantie simpelweg niet terugkomt. Of een ouder vertrekt stiekem naar het land van herkomst, met het kind, zonder de andere ouder te informeren of toestemming te vragen.
Het hoeft ook niet altijd grensoverschrijdend te zijn. Binnen Nederland kan er ook sprake zijn van onttrekking aan het ouderlijk gezag, wanneer een ouder het kind bij de andere ouder weghaalt in strijd met gemaakte afspraken of rechterlijke beslissingen.
Het Haags Kinderontvoeringsverdrag
Bij internationale kinderontvoering speelt het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980 een cruciale rol. Nederland is aangesloten bij dit verdrag, net als tientallen andere landen wereldwijd. Het verdrag heeft als doel om ontvoerde kinderen zo snel mogelijk terug te laten keren naar het land waar zij gewoonlijk verblijven.
De gedachte achter het verdrag is dat de rechter van het land waar het kind normaal gesproken woont, het beste in staat is om een beslissing te nemen over het gezag en de verblijfplaats van het kind. De rechter in het land waarnaar het kind is meegenomen, beoordeelt dan ook in principe alleen of het kind onmiddellijk terug moet keren — en niet wie het gelijk heeft in de onderliggende gezagsstrijd.
In de praktijk betekent dit dat er haast is geboden. Hoe langer een kind in het andere land verblijft, hoe ingewikkelder de procedure kan worden. Een verzoek tot teruggeleiding moet worden ingediend via de Centrale Autoriteit, in Nederland het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Die Centrale Autoriteit helpt bij het in gang zetten van de procedure in het buitenland.
Wat kunt u doen?
Vermoedt u dat uw kind door de andere ouder zal worden meegenomen, of is dit al gebeurd? Dan is snel handelen essentieel. Een aantal stappen is dan van groot belang.
Ten eerste: leg alles vast. Bewaar berichten, e-mails en andere communicatie met de andere ouder. Noteer data en omstandigheden zo nauwkeurig mogelijk.
Ten tweede: neem direct contact op met een advocaat. In dit soort zaken telt elke dag. Een gespecialiseerd advocaat kan u helpen bij het indienen van een verzoek tot teruggeleiding, het aanvragen van een contactverbod of uitreisverbod, en het voeren van een spoedprocedure bij de rechter.
Ten derde: schakel de Centrale Autoriteit in als het kind al in het buitenland is. Via deze instantie wordt de samenwerking met buitenlandse autoriteiten gecoördineerd.
De Brouwer Advocaten
Heeft u vragen of vermoedt u dat uw kind gevaar loopt? Onze familierechtadvocaten staan u graag bij! U kunt ons advocatenkantoor in Rotterdam bereiken door te bellen nar 010 423 0019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
