Het is een van de lastigste situaties in het familierecht: twee ouders die lijnrecht tegenover elkaar staan, maar tóch samen beslissingen moeten nemen over hun kind. De wet zegt dat ze dat in principe samen moeten doen, ook als ze al jaren nauwelijks met elkaar praten of elkaar het licht in de ogen niet gunnen. In die gevallen rijst de vraag: is gezamenlijk gezag dan nog wel in het belang van het kind?
Beleidsnota 2024
Die discussie speelt al langer in de rechtspraktijk, maar nu ook in Den Haag. In 2024 verscheen een beleidsnota van het Ministerie van Justitie waarin wordt voorgesteld om het uitgangspunt van gezamenlijk gezag na scheiding kritisch tegen het licht te houden. In 2025 wordt dat concreter: er lopen consultaties en de contouren van wetsvoorstellen worden voorbereid.
De huidige wet: samen, tenzij…
Op papier is het helder: ouders die getrouwd zijn geweest of een geregistreerd partnerschap hadden, houden na een scheiding in principe samen het ouderlijk gezag over hun kind. Dat staat in artikel 1:251 van het Burgerlijk Wetboek. Alleen als het belang van het kind zich daartegen verzet, kan de rechter het gezag aan één ouder toewijzen.
Daar is best wat voor te zeggen. Het uitgangspunt is dat beide ouders een rol moeten blijven spelen in het leven van hun kind – ook na een scheiding. Ouders zijn samen verantwoordelijk voor belangrijke beslissingen over school, zorg, reizen en geloof. Dat is goed, in de meeste gevallen.
Maar in de praktijk zien we ook iets anders: een groeiend aantal ouders raakt verwikkeld in langdurige conflicten, waarin communicatie vrijwel onmogelijk is. Ze zijn het nergens over eens en gebruiken elk moment om elkaar te dwarsbomen. En precies die ouders moeten dan toch blijven ‘samenwerken’ onder het mom van gezamenlijk gezag.
Patstellingen, procedures en paspoorten
Wie geregeld in de familierechtzaal zit, weet wat dit betekent. Kinderen die niet op tijd hun vaccinaties krijgen omdat een van de ouders geen toestemming geeft. Moeders die geen paspoort voor hun kind kunnen aanvragen omdat de vader weigert te tekenen – of andersom. Vaders die niet mee mogen beslissen over een verhuizing omdat ze al maanden geen contact meer hebben gehad. Of kinderen die uiteindelijk maandenlang klem zitten tussen ruziënde ouders, terwijl de rechter keer op keer beslissingen moet nemen die eigenlijk aan de ouders zelf waren.
In zulke situaties komt het belang van het kind onder druk te staan. En dan is de vraag gerechtvaardigd: moeten we niet vaker durven kiezen voor één ouder met gezag?
Eenhoofdig gezag? Alleen bij hoge uitzondering
De wet biedt wel een mogelijkheid om het gezamenlijke gezag te beëindigen. Dat kan via artikel 1:253n BW, maar alleen als er sprake is van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt en niet te verwachten is dat dat snel verandert. Of als een wijziging van het gezag anderszins noodzakelijk is voor het kind.
Die drempel ligt hoog. En terecht – we willen niet dat een ouder zomaar buitenspel wordt gezet. Maar in de praktijk merken we dat deze regeling vaak onvoldoende werkt. Ouders raken verstrikt in jarenlange procedures, terwijl het conflict ondertussen alleen maar verergert. Rechters zijn terughoudend, en dat is begrijpelijk, maar het zorgt er soms ook voor dat kinderen jarenlang in een onveilige of instabiele situatie blijven hangen.
Wat wil het kabinet?
In de beleidsnota van 2024 wordt erkend dat het huidige systeem knelt. De minister stelt drie mogelijke richtingen voor:
- Het uitgangspunt van gezamenlijk gezag behouden, maar wel duidelijker vastleggen wanneer een uitzondering gerechtvaardigd is.
- De drempel voor eenhoofdig gezag verlagen, zodat rechters eerder kunnen ingrijpen bij langdurige conflicten.
- Ouders zelf laten kiezen, waarbij de rechter toetst of eenhoofdig gezag in het belang van het kind is.
Daarnaast wil het kabinet meer ruimte creëren voor begeleiding van ouders, bijvoorbeeld via verplichte mediation of oudercoaching in complexe zaken. Het idee is dat escalatie soms voorkomen kan worden als er in een vroeg stadium wordt ingegrepen.
De Brouwer Advocaten
Heeft u na het lezen van deze blog vragen over gezamenlijk of eenhoofdig gezag? Onze familierechtspecialisten staan u graag bij! U kunt ons advocatenkantoor in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 4230 019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
