OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Aanpak van uithalers in de Rotterdamse Haven

De Rotterdamse haven wordt momenteel geconfronteerd met een overvloed aan cocaïne, zo ernstig dat een persofficier van justitie uit Rotterdam aan RTV Rijnmond heeft verklaard dat de cocaïne als water over zijn schoenen stroomt. Dit heeft geleid tot dringende reparatiewerkzaamheden aan het wetboek van strafrecht. Vanaf 1 januari 2022 is het nu strafbaar om onrechtmatig aanwezig te zijn op een afgesloten locatie, zoals een (lucht)haven of een spoorwegemplacement.

De motivatie hierachter is dat de wetgever van mening is dat geen normaal persoon “per ongeluk” op de Maasvlakte, 40 kilometer van het centrum van Rotterdam, terecht zou komen. Het Openbaar Ministerie gaat ervan uit dat deze personen betrokken zijn bij ondermijnende criminaliteit, waaronder de handel in verdovende middelen, bedreigde diersoorten, synthetische drugs of mensenhandel.

Maximale straffen en boetes

Deze strengere straffen zijn ingevoerd om een krachtigere afschrikkende werking te hebben en om de ernst van het probleem van illegale activiteiten in de haven van Rotterdam aan te pakken. Het is van groot belang dat de autoriteiten deze maatregelen hebben genomen, gezien de alarmerende situatie waarin de haven zich bevindt.

In het verleden werden slechts symbolische boetes van € 95,- opgelegd aan degenen die werden betrapt op het betreden van deze verboden terreinen, wat duidelijk niet voldoende was om deze illegale activiteiten te ontmoedigen. Deze lage boetes gaven de indruk dat de wet niet serieus werd genomen en dat de overtreders relatief ongestraft konden blijven.

Met de nieuwe wetgeving worden duidelijke grenzen gesteld en worden zware straffen geïntroduceerd, zelfs voor degenen die op deze verboden plaatsen terechtkomen zonder inbraak of andere criminele activiteiten te plegen. Dit stuurt een duidelijke boodschap naar potentiële overtreders dat de overheid vastbesloten is om de veiligheid en integriteit van de haven te handhaven.

De mogelijkheid om de straf te verhogen wanneer een persoon wordt aangetroffen in een gebouw of container op deze verboden terreinen benadrukt de ernst van deze inbreuken. Het toont aan dat het betreden van dergelijke beveiligde gebieden niet lichtzinnig mag worden genomen en dat de strafmaat zal toenemen naarmate de ernst van de inbreuk toeneemt.

Al met al zijn deze maatregelen een krachtig signaal dat de autoriteiten vastberaden zijn om de illegale activiteiten in de Rotterdamse haven aan te pakken en dat overtreders nu serieus rekening moeten houden met de mogelijke gevolgen van hun daden. Het doel is om de veiligheid, integriteit en reputatie van de haven te beschermen en een sterke boodschap uit te zenden naar degenen die betrokken zijn bij criminele activiteiten in dit cruciale economische centrum.

Vergelijking met andere strafbare feiten

Het vergelijken van de straffen voor het betreden van verboden terreinen in de Rotterdamse haven met straffen voor andere delicten, zoals winkeldiefstal, biedt interessante inzichten in de strafmaat en de mogelijke consequenties voor overtreders.

In het geval van winkeldiefstal kan de wet voorzien in een aanzienlijke gevangenisstraf van maximaal vier jaar of een aanzienlijke geldboete van € 22.500,-. Echter, in de praktijk worden first offenders, oftewel mensen die voor de eerste keer worden betrapt op winkeldiefstal, meestal niet met zware gevangenisstraffen bestraft. In plaats daarvan krijgen ze vaak taakstraffen, wat aangeeft dat het gerechtelijk systeem een rehabilitatieve benadering hanteert om hen de kans te geven hun gedrag te corrigeren.

Voor herhaalde recidivisten, degenen die keer op keer dezelfde strafbare feiten plegen, kunnen de straffen zwaarder worden. Hier kan een gevangenisstraf van een week worden opgelegd, afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval. Dit toont aan dat het gerechtelijk systeem rekening houdt met de recidivegeschiedenis van de dader bij het bepalen van de strafmaat.

Wat betreft het nieuwe artikel 138aa van het Wetboek van Strafrecht, heeft mr. W.H.J.W. de Brouwer onderzoek gedaan naar de parlementaire geschiedenis om te begrijpen hoe deze wet zich verhoudt tot bestaande wetgeving. Hij ontdekte dat artikel 138aa overeenkomsten vertoont met lokaalvredebreuk, zoals beschreven in artikel 138 Sr, en met artikel 62a van de luchtvaartwet (LVW). Dit suggereert dat het nieuwe artikel 138aa Sr is gemodelleerd naar bestaande wetten die vergelijkbare inbreuken op de openbare orde en beveiliging behandelen, zoals het illegaal betreden van verboden gebieden op een luchthaven.

Al met al geeft deze vergelijking aan dat de wetgever probeert consistentie te creëren in de strafmaat voor verschillende soorten inbreuken op de openbare orde en beveiliging, waarbij de nadruk ligt op zowel preventie als rehabilitatie, afhankelijk van de individuele omstandigheden van de overtreding en de overtreders. Het doel is om een evenwicht te vinden tussen afschrikking, gerechtigheid en rekening houden met de mate van ernst van de inbreuk.

Artikel 62a LVW

Artikel 62a LVW richt zich op het betreden van bepaalde aangewezen gebieden op een luchthaven zonder toestemming, met maximale straffen van 6 maanden gevangenisstraf of een boete van € 9.000,-. Tot op heden lijkt niemand te zijn vervolgd op basis van artikel 62a Sr, zelfs niet wanneer bijvoorbeeld journalist Alberto Stegeman met een valse KLM-toegangspas een nepbom naar een verboden gebied op Schiphol bracht. In plaats daarvan werd Stegeman vervolgd voor overtreding van artikel 461 Sr (verboden toegang voor onbevoegden) en artikel 225 Sr (gebruik van een valse KLM-pas), waardoor de praktische toepassing van dergelijke wetgeving onduidelijk blijft.

Artikel 138 Sr

Artikel 138 Sr behandelt het onrechtmatig binnendringen van een woning, gebouw of erf, met straffen tot maximaal een jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 9.000,-. Deze straf lijkt sterk op de straf die is vastgelegd in artikel 138aa Sr. De richtlijnen voor strafvordering van het OM met betrekking tot artikel 138 Sr zijn echter enigszins optimistischer dan de opmerking van de persofficier. Zo staat er voor een ernstige vorm van winkeldiefstal, zoals herhaalde diefstal na een eerder winkelverbod, een taakstraf van 20 uur in de richtlijnen. Hoewel er discussie kan zijn over de vergelijkbaarheid van winkeldiefstal met cocaïnesmokkel, is winkeldiefstal eveneens een delict met aanzienlijke negatieve maatschappelijke en economische gevolgen. Als de rechter winkeldiefstal anders beoordeelt, zou een vermenigvuldigingsfactor van 2 of 3 denkbaar zijn, wat neerkomt op 40 of 60 uur taakstraf.

 

De Brouwer Advocaten

Wilt u meer informatie over strafzaken of heeft u een dagvaarding ontvangen? U kunt contact met ons opnemen via 010 423 00 19 of via info@debrouweradvocaten.nl. Met uitgebreide vakkennis en meer dan 20 jaar ervaring behandelen wij zaken op het gebied van arbeidsrecht, letselschade, en personen- en familierecht.