Veel werknemers moeten van hun werkgever iets eerder aanwezig zijn voordat hun dienst begint, bijvoorbeeld om alvast de computer op te starten en in te loggen. Deze tijd wordt meestal niet uitbetaald door de werkgever, terwijl een werkgever een werknemer wel verplicht om eerder aanwezig te zijn. De vraag is of een werkgever deze tijd niet ook dient uit te betalen. Er zijn recentelijk een aantal uitspraken geweest waarin de rechter deze vraag heeft beantwoord. In deze blog lees je hier meer over.
Wat was er aan de hand?
De zaak betrof een werknemer van een callcenter die volgens de geldende regels binnen het bedrijf 10 minuten voor aanvang van de dienst aanwezig moest zijn. Volgens de werkgever was dit noodzakelijk om ervoor te kunnen zorgen dat de werknemer op tijd met zijn dienst kon beginnen. De werknemer moest namelijk van de werkgever exact op het tijdstip dat zijn dienst begon klaar zitten om calls aan te kunnen nemen. Nadat de werknemer uit dienst is getreden heeft hij zijn werkgever verzocht om de tien minuten extra die hij voor een dienst aanwezig diende te zijn alsnog uit te betalen.
Wat was het standpunt van de werkgever?
De werkgever stelde zich bij de rechter op het standpunt dat de 10 minuten die de werknemer eerder aanwezig moest zijn niet kon worden gekwalificeerd als arbeidstijd. Tijdens deze 10 minuten hoefde de werknemer namelijk geen arbeid te verrichten en kon hij bijvoorbeeld nog wat drinken halen of naar het toilet.
Wat oordeelde de rechter?
De rechtbank is niet meegegaan met het standpunt van de werkgever. De rechter oordeelde dat de werknemer volgens de bedrijfsregels verplicht was om eerder aanwezig te zijn. Dit kan worden gekwalificeerd als een opdracht van de werkgever waarin de werknemer onder gezag staat van de werkgever en de opgedragen taken, zoals het opstarten van de computer en het inloggen, moest uitvoeren. Volgens de rechter kunnen de 10 minuten daarom wel degelijk worden gekwalificeerd als arbeidstijd die uitbetaald diende te worden.
Werkgever is in hoger beroep gegaan
De werkgever is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Aangezien het callcenter in kwestie een grote speler is op de markt en veel werknemers in dienst heeft is het belang voor de werkgever groot. Immers, indien de rechtbank bij één werknemer oordeelt dat hij recht heeft op loon over de 10 minuten die de werknemer telkens eerder aanwezig diende te zijn voor een dienst, dan is de verwachting dat meer werknemers zullen volgen. Dit kan leiden tot een aanzienlijke kostenpost voor de werkgever.
Wat zei het Gerechtshof?
Het Gerechtshof heeft de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. Dit houdt in dat het Gerechtshof het eens is met de uitspraak van de rechtbank. De werkgever wordt dus wederom in het ongelijk gesteld. Het gerechtshof overweegt nog dat het enkele feit dat een werknemer de 10 minuten kan besteden hoe hij wil, niet relevant is voor de kwalificatie als arbeidstijd. Aangezien de werknemer aanwezig moet zijn, is hij beperkt om de tijd, de 10 minuten, aan eigen zaken te besteden. Dat de werknemer in de tien minuten voor aanvang van de dienst dus nog niet productief is, maakt dus niet uit voor beantwoording van de vraag of de tien minuten als arbeidstijd kan worden gekwalificeerd.
Geldt dit ook voor thuiswerken?
Een werkneemster van hetzelfde callcenter dacht na de uitspraak van de rechtbank en het arrest van het Gerechtshof dat er voor haar ook financieel een extraatje in zat. De desbetreffende werknemer was werkzaam voor hetzelfde callcenter, maar vervulde haar werkzaamheden vanuit huis. De werknemer moest – net als bij de werknemer uit de hier bovenvermelde uitspraak – voor aanvang van haar dienst thuis inloggen in het computersysteem van het callcenter. Zij kreeg echter ook pas salaris vanaf de aanvang van haar dienst, te weten het moment dat zij haar eerste call aanneemt. In een procedure bij de rechtbank vorderde de werkneemster eveneens achterstallig loon over de 10 minuten dat de werkneemster bezig was met opstarten en inloggen. De werkneemster stelde daarbij dat het callcenter werkt met verouderde software en computerprogramma’s waardoor er bij het opstarten regelmatig storingen zijn. Om die reden zou zij niet de voorgeschreven 10 minuten voor aanvang van haar dienst bezig zijn met opstarten, maar een half uur voor de start van haar dienst.
De thuiswerkende werkneemster kwam echter van een koude kermis thuis. De rechtbank oordeelde namelijk – in tegenstelling tot de werknemer die wel op kantoor werkte – dat zij geen recht heeft op achterstallig salaris over de tijd dat de werkneemster bezig was met opstarten en inloggen. De rechtbank oordeelde dat de situatie van de thuiswerkende werkneemster wezenlijk anders is dan die van de collega die op kantoor aanwezig moest zijn. De thuiswerkende werkneemster kon namelijk wel haar tijd grotendeels naar eigen invulling inrichten, in tegenstelling tot de werknemer die op kantoor aanwezig moest zijn.
De werkgever is overigens in cassatie gegaan tegen het arrest van het Gerechtshof omtrent de werknemer die eerder aanwezig diende te zijn op kantoor. Wordt vervolgd dus.
De Brouwer Advocaten
Heeft u na het lezen van deze blog vragen over uw werktijden? De arbeidsrecht advocaten van De Brouwer Advocaten staan voor u klaar! U kunt ons advocatenkantoor in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
