Het Nederlands strafproces houdt meer in dan alleen een aanhouding van een verdachte door de politie en een veroordeling of vrijspraak door de rechter. Dit proces is omkleed met veel tussenstappen en regels die zien op de rechtmatigheid van de vervolging. Partijen als de politie, de officier van justitie, de advocaat en de rechter spelen allemaal een eigen rol in het strafproces. In deze blog leest u meer over het verloop van het strafproces in Nederland.
De aangifte
Een strafrechtelijke procedure begint meestal met een aangifte, klacht of melding. De wet geeft aan dat iedereen die wetenschap heeft van een strafbaar feit bij de politie aangifte kan doen. Er kan bijvoorbeeld ook aangifte worden gedaan door een getuige. Mocht er geen aangifte zijn gedaan, dan kan de officier van justitie in sommige gevallen ook besluiten ambtshalve tot vervolging over te gaan.
Het onderzoek
Na de aangifte doet de politie onderzoek. Tijdens het onderzoek gaat de politie op zoek naar bewijsmiddelen voor het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan en naar mogelijke verdachten. Door het doen van sporenonderzoek en het horen van eventuele getuigen kunnen bewijsmiddelen worden verzameld. Ook de verklaring van een verdachte is een bewijsmiddel. Het is daarom van belang dat u, als u van een misdrijf wordt verdacht, wordt bijgestaan door een advocaat tijdens het verhoor.
Het kan zijn dat het onderzoek tussentijds wordt gestopt, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende bewijs is gevonden voor een strafbaar feit of wanneer geen verdachte in beeld komt. Ook kan de politie besluiten geen nader onderzoek te doen bij gebrek aan belang.
De rol van de officier van justitie
Wanneer de politie het onderzoek heeft afgerond wordt het dossier voorgelegd aan de officier van justitie. De officier van justitie neemt de zaak dan over van de politie. Als er volgens de officier van justitie aanvullend onderzoek nodig is zal deze het vervolgonderzoek leiden en de politie aansturen. Het aanvullend onderzoek kan enige tijd duren.
De officier van justitie neemt – na eventueel aanvullend onderzoek – een beslissing over het vervolg van de procedure. De officier van justitie heeft hierbij drie mogelijkheden: hij kan de zaak aan de rechter voorleggen, hij kan zelf een straf bepalen of hij kan de verdachte niet vervolgen (seponeren).
De eerste mogelijkheid houdt in dat de officier van justitie de zaak voor de rechter brengt. De verdachte wordt dan gedagvaard om voor de rechter te verschijnen en de rechter beslist dan over de tenlastelegging en de straf.
Bij de tweede mogelijkheid legt de officier van justitie zelf een straf op, dit wordt een strafbeschikking genoemd. De officier neemt deze beslissing zonder dat een rechter erbij betrokken is. De officier nodigt een verdachte dan uit voor een OM-hoorzitting, waarbij de verdenking wordt besproken. De officier van justitie kan verschillende straffen opleggen, zoals boetes en taakstraffen. Alle straffen van de officier van justitie zijn bovendien onvoorwaardelijk. De verdachte kan tegen deze straf wel in verzet. De officier van justitie kan ook een sepot opleggen. Dit betekent dat hij de verdachte niet gaat vervolgen. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld een gebrek aan bewijs of een te gering strafbaar feit. De officier kan een sepot ook voorwaardelijk opleggen, onder de voorwaarde dat de verdachte binnen een proeftijd geen nieuwe strafbare feiten begaat. Het is dan ook verstandig om contact op te nemen met een strafrechtadvocaat indien u wordt opgeroepen voor een OM-hoorzitting.
De rol van de rechtbank
Wanneer de zaak door de officier van justitie wordt doorgestuurd aan de rechtbank gaat de rechtbank over tot het plannen van een zitting.
Bij hele lastige en grote zaken kan de rechtbank meer voorbereiding willen. Daarom kan het zo zijn dat er een pro-formazitting of een regiezitting wordt gepland. Op een pro-formazitting bepaalt de rechtbank of de voorlopige hechtenis van de verdachte mag worden verlengd. Daarnaast kunnen er door de advocaat onderzoekswensen worden gedaan, zoals bijvoorbeeld het oproepen van getuigen. Bij een regiezitting wordt de inhoudelijke behandeling van de zaak voorbereid. De rechtbank oordeelt hier of de rechtbank voldoende informatie en tijd heeft om de zaak te behandelen en uitspraak te kunnen doen. De rechter geeft bij deze zitting de planning van de zittingsdagen.
Tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak beoordeelt de rechter of de verdachte schuldig is aan het door het openbaar ministerie tenlastegelegde en indien dit zo is welke straf de verdachte krijgt. Aan het einde van de strafzitting kan de rechter gelijk uitspraak doen; in zaken die niet door meer rechters worden behandeld gebeurt dit veelal ook. De strafzittingen zijn in beginsel openbaar, tenzij het gaat om het jeugdstrafrecht.
De rechtbank kan meerdere beslissingen nemen. Allereerst kan de rechter de verdachte vrijspreken. De rechter bepaalt hiermee dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat een verdachte het aan hem tenlastegelegde heeft begaan.
Daarnaast kan de rechter de verdachte ook ontslaan van alle rechtsvervolging. De rechter zal dit doen wanneer de verdachte niet strafbaar is, of wanneer het feit niet strafbaar is. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn wanneer een verdachte ontoerekeningsvatbaar is of indien de verdachte handelde uit zelfverdediging.
De laatste beslissing die de rechter moet nemen is of aan de verdachte een straf of een maatregel opgelegd moet worden. Hij kan hierbij kiezen uit drie hoofdstraffen: celstraf, geldstraf en taakstraf. Daarnaast kan de rechter extra maatregelen opleggen naast de straf, zoals TBS.
Hoger beroep en strafuitvoering
Zowel de officier van justitie als de verdachte kunnen tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep. De termijn voor het instellen van hoger beroep verloopt twee weken na de uitspraak.
De strafzaak wordt dan opnieuw beoordeeld door nieuwe rechters van het gerechtshof. Daarna kan er ook nog cassatie worden ingesteld en dan kijkt de Hoge Raad naar de zaak. Na de uitspraak van de Hoge Raad is er geen rechtsmiddel meer. Het kan zo zijn dat bij zware zaken de verdachte in hechtenis blijft. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.
Als er geen rechtsmiddelen zijn aangewend of als alle rechtsmiddelen zijn uitgeput, dan is het vonnis definitief en begint de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf. Dus, pas vanaf het moment dat de dader definitief is veroordeeld.
De Brouwer Advocaten
Ben u verdachte in een strafzaak? De strafrechtadvocaten van De Brouwer Advocaten staan voor u klaar. U kunt ons advocatenkantoor Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
