OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Zedenmisdrijven: verkrachting of seksueel binnendringen?

In de media zijn er in de afgelopen jaren veel zedenzaken uitgelicht. Hierbij kunt u denken aan The Voice, Harvey Weinstein en Anne Faber. In zedenzaken wordt in de media vaak de term verkrachting gesproken, maar hoe zijn deze termen eigenlijk in het Wetboek van Strafrecht geregeld? Dat leest u in deze blog!

Verkrachting

Verkrachting houdt kortgezegd in dat de dader één of meerdere keren seksueel binnendringt in het lichaam van het slachtoffer. Er moet ook sprake zijn van dwang en deze dwangmiddelen moeten geschikt zijn om iemand te dwingen. Hierbij wordt gekeken of de normale mens zich in die situatie gedwongen zou voelen. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan fysiek geweld, ruzie, bedreigen en het creëren van een afhankelijkheidsrelatie. Aan dwang hoeft niet in de weg te staan dat het slachtoffer aanvankelijk seksuele handelingen wilde verrichten, maar later stelt deze toch niet meer te willen.

Het is vereist dat het binnendringen anaal, genitaal of oraal gebeurt. Het hoeft niet zo te zijn dat dit met een geslachtsdeel gebeurt. Ook wanneer vingers of andere voorwerpen gebruikt worden is er sprake van verkrachting. Een gedwongen tongzoen valt echter niet onder verkrachting.

Vroeger was het vereist voor verkrachting dat dit ‘buiten echt’ gebeurde. Eén echtgenoot kon dus de andere echtgenoot nooit verkrachten. Tegenwoordig is dit vereiste te komen vervallen.

Gemeenschap met een bewusteloze, onmachtige of gestoorde

Dit strafbare feit met de huidige inhoud is relatief nieuw in het Wetboek van Strafrecht (op 1 januari 2020 is deze wet nog gewijzigd). Het gaat hier om het seksueel binnendringen van het lichaam van iemand die bewusteloos, onmachtig of gestoord is. Het grootste verschil met verkrachting is dat er geen sprake hoeft te zijn van dwang zoals dat hoeft te zijn bij verkrachting. Als een persoon namelijk bewusteloos, onmachtig of gestoord is kan die niet bepalen of deze geslachtsgemeenschap wil hebben of weerstand te bieden tegen seksuele handelingen. Wel is er opzet vereist, wat inhoudt dat iemand wist dat het slachtoffer in een dergelijke toestand verkeerde waardoor het slachtoffer diens wil niet kon bepalen.

Bewijs?

In Nederland geldt het unus testis nullus testis beginsel. Dit is ook bekend als het één getuigen is geen getuigen beginsel.

In zedenzaken staan vaak twee partijen tegenover elkaar: de verdachte en het slachtoffer. Vaak zijn er geen andere getuigen aanwezig. Daarom kan een verdachte niet veroordeeld worden slechts op basis van de verklaring van een enkel slachtoffer.

Hiervoor is zogenaamd steunbewijs nodig. Dit wil zeggen dat er andere bewijsmiddelen zijn die de verklaring van het slachtoffer ondersteunen. Een slachtoffer kan bijvoorbeeld direct na het zedendelict lichamelijk onderzoek laten doen. Ook wanneer het slachtoffer direct na het delict overstuur is en een derde dit opmerkt, kan dit als bewijs dienen. Ook als er later een gesprek plaatsvindt tussen het slachtoffer en de verdachte waarbij de verdachte toegeeft dat hij dwang gebruikte of wist dat iemand bewusteloos was kan als bewijsmiddel dienen.

De Brouwer Advocaten

Wordt u verdacht van een zedenmisdrijf? De strafrecht advocaten van De Brouwer Advocaten in Rotterdam staan voor u klaar. U kunt ons bereiken door te bellen naar 010 4230019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.