OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Samenwonen zonder huwelijk en een koopwoning: welke risico’s loopt u?

Trouwen is allang niet meer vanzelfsprekend. Veel koppels wonen jarenlang samen, kopen samen een huis en bouwen samen een leven op, zonder ooit te trouwen of een geregistreerd partnerschap te sluiten. Dat is een bewuste keuze voor vrijheid en minder regels. Maar precies die afwezigheid van regels kan een valkuil worden zodra de relatie eindigt, door een breuk of door overlijden. Onder ongehuwd samenwonenden bestaan hierover nog te vaak misverstanden. Hieronder leggen wij de belangrijkste juridische risico’s uit, en wat u daaraan kunt doen.

De wet regelt voor u bijna niets

Voor gehuwden en geregistreerde partners voorziet de wet in tal van beschermende regelingen: denk aan verrekening van investeringen in de woning, waarbij ook een eventuele waardestijging kan worden meegenomen. Wie ongehuwd samenwoont, kan op die regelingen geen beroep doen. In plaats daarvan geldt het gewone vermogensrecht, dat is geschreven voor willekeurige rechtsverhoudingen en niet is toegesneden op partners die jarenlang een huishouden hebben gedeeld.

De praktische consequentie: heeft u meebetaald aan een huis dat op naam van uw partner staat, dan heeft u meestal geen recht op een deel van de waardestijging. In een beperkt aantal gevallen kunt u een investering nog terugvorderen tegen de nominale waarde, maar ook dat is geen automatisme. Zonder schriftelijke afspraken loopt de partner die niet als eigenaar op de akte staat, dus een reëel risico om uiteindelijk niets over te houden.

Wie tekent, die betaalt: de hypotheek

Staat de hypotheek op beide namen, dan zijn beide partners hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schuld, ook wanneer de relatie stukloopt. Vertrekt uw partner, dan kan de bank u toch voor het gehele bedrag aanspreken. Bij een gezamenlijke woning staat daar in de regel een recht op een deel van de overwaarde tegenover, maar bij een restschuld ook een verplichting om bij te dragen.

Staat de woning alleen op naam van uw partner, dan is uw positie beduidend zwakker. Een bijdrage aan de hypotheeklasten of aan een verbouwing levert dan niet automatisch een afdwingbaar recht op. En wacht u te lang met het instellen van een vordering, dan loopt u het risico dat deze na vijf jaar is verjaard, vaak zonder dat u dit tijdig heeft onderkend.

Verbouwd, maar niet vastgelegd

Een nieuwe keuken, zonnepanelen, een aanbouw: veel koppels investeren gezamenlijk in de woning zonder daar ooit iets over op papier te zetten. Zolang de relatie goed gaat, is dat geen probleem. Bij een breuk ontstaat echter vaak onenigheid over wie wat heeft betaald, en of daarvoor een vergoeding is verschuldigd.

In een procedure blijkt dit vaak lastig te bewijzen. Betalingen via de bank zijn nog te herleiden, maar contante betalingen vrijwel niet. Rechters stellen bovendien strenge eisen aan het bewijs: een overzichtje met bonnetjes of een paar losse afschriften is doorgaans niet genoeg om een vordering hard te maken.

Let op de verjaringstermijn

Een aspect dat vaak wordt vergeten: vorderingen tussen samenwoners verjaren in beginsel vijf jaar na het moment dat zij opeisbaar worden. Voor gehuwden bestaat hiervoor een verlengde bescherming, voor ongehuwd samenwonenden niet. Dat betekent dat een op zichzelf gegronde vordering na verloop van tijd alsnog kan sneuvelen, simpelweg omdat er te lang is gewacht met het instellen ervan. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt een beroep op verjaring gepasseerd.

Ouderschap en gezag zijn niet automatisch geregeld

Bij gehuwden en geregistreerde partners zijn beide ouders van rechtswege juridisch ouder en hebben zij automatisch gezamenlijk gezag over hun kinderen. Bij ongehuwd samenwonenden geldt dit alleen voor de moeder. De andere ouder moet het kind erkennen om juridisch ouder te worden, en moet daarna nog afzonderlijk gezag aanvragen. Wordt dit uitgesteld of vergeten, dan kan dat bij een latere relatiebreuk tot vervelende complicaties leiden, bijvoorbeeld over de omgang met de kinderen.

Alimentatie: wel voor de kinderen, niet voor de partner

Anders dan bij een echtscheiding bestaat er na het einde van een ongehuwde relatie geen recht op partneralimentatie. Voor partners die tijdens de relatie minder zijn gaan werken, bijvoorbeeld om voor de kinderen te zorgen, kan dat financieel hard aankomen. Kinderalimentatie is daarvan uitgezonderd: die verplichting geldt onafhankelijk van de relatie tussen de ouders.

En bij overlijden?

Ook wanneer een van beide partners overlijdt, is de ongehuwde partner kwetsbaar. Zonder testament erft u niets van elkaar. In het uiterste geval kan dit betekenen dat de langstlevende partner de woning moet verlaten, bijvoorbeeld omdat kinderen of andere familieleden als erfgenaam aanspraak maken op het huis.

Wat kunt u hier zelf aan doen?

De meeste van deze risico’s zijn met eenvoudige maatregelen te beperken: leg financiële afspraken over de woning vast in een samenlevingscontract, regel erkenning en gezag tijdig als er kinderen zijn, en stel een testament op zodat u elkaar niet met lege handen achterlaat. Wachten tot er problemen ontstaan, is vaak te laat.

De Brouwer Advocaten

Twijfelt u over uw juridische positie als ongehuwd samenwonende partner, of wilt u afspraken laten vastleggen om problemen in de toekomst te voorkomen? Onze familierechtadvocaten staan u graag bij! U kunt onze advocaten in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 0019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.