Een ernstige snelheidsovertreding, rijden onder invloed van alcohol of drugs, of ander gevaarlijk rijgedrag: in dergelijke gevallen kan de politie besluiten uw rijbewijs ter plekke in te vorderen. Voor de meeste mensen betekent dit een flinke streep door de dagelijkse mobiliteit. Toch is invordering niet hetzelfde als het definitief kwijtraken van uw rijbewijs. Er bestaat een reële mogelijkheid om het terug te krijgen. In deze blog leggen wij uit hoe de procedure verloopt, welke termijnen daarbij gelden en op welke gronden teruggave kan worden verzocht.
Wat gebeurt er bij invordering?
Zodra de politie uw rijbewijs invordert, dient u dit onmiddellijk af te geven. Heeft u het niet bij de hand, dan wordt het rijbewijs juridisch gezien toch als ingevorderd behandeld. Vanaf dat moment mag u geen motorvoertuig meer besturen, ook niet wanneer u het rijbewijs zelf nog in bezit heeft. Doet u dit toch, dan begaat u een strafbaar feit, waarop een gevangenisstraf van maximaal twee weken kan volgen.
De wettelijke procedure
De bevoegdheid tot invordering vindt haar grondslag in artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994. Na het opmaken van een proces-verbaal door de politie moet de officier van justitie binnen tien dagen een beslissing nemen: teruggave of verdere inhouding van het rijbewijs.
Kiest de officier van justitie voor inhouding, dan volgt doorgaans een uitnodiging voor een hoorzitting of een dagvaarding voor de strafzitting. Voor de behandeling van de zaak gelden hierbij wettelijke termijnen: bij snelheidsovertredingen of gevaarlijk rijgedrag moet de zitting binnen vier maanden plaatsvinden, bij rijden onder invloed binnen zes maanden. Wordt deze termijn overschreden, dan krijgt u uw rijbewijs alsnog terug.
Een verzoek tot teruggave indienen
Direct na de invordering kunt u een verzoek tot teruggave indienen bij de officier van justitie, via het CVOM. De officier beoordeelt vervolgens of er voldoende grond is om het rijbewijs eerder terug te geven, bijvoorbeeld omdat u het voor uw beroep nodig heeft, of vanwege dringende gezinsomstandigheden zoals mantelzorg.
Op welke gronden maakt u kans op teruggave?
Een van de sterkste gronden is beroepsmatige noodzaak. Dit speelt bijvoorbeeld bij beroepschauffeurs die zonder rijbewijs hun werk helemaal niet kunnen uitoefenen, bij zelfstandigen of werknemers die voor hun functie afhankelijk zijn van de auto, zoals vertegenwoordigers, thuiszorgmedewerkers of monteurs met een servicegebied, en bij werknemers met een tijdelijk contract of in proeftijd bij wie ontslag dreigt. Onderbouwing met een werkgeversverklaring, arbeidsovereenkomst, urenregistratie of een verklaring van de leidinggevende is hierbij van belang.
Ook mantelzorg kan een zwaarwegende grond zijn, bijvoorbeeld wanneer u regelmatig een zieke of gehandicapte naaste vervoert naar medische afspraken of dagbesteding, wanneer degene voor wie u zorgt niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen, of wanneer u de enige mantelzorger bent en de zorg zonder rijbewijs in het gedrang komt. Een medische verklaring van de huisarts of specialist, samen met een toelichting op de feitelijke zorgtaken, ondersteunt een dergelijk verzoek.
Daarnaast kan de zorg voor kinderen een grond zijn, bijvoorbeeld het dagelijks halen en brengen naar school of opvang in een gebied met beperkt openbaar vervoer, de situatie van een alleenstaande ouder zonder alternatief vervoer, of kinderen met een beperking die aangepast vervoer nodig hebben.
Ook eigen medische omstandigheden kunnen een zelfstandige grond vormen, wanneer het gebruik van het openbaar vervoer door een aandoening, mobiliteitsbeperking of recente operatie ernstig wordt belemmerd. Ook hier is een medische verklaring van de behandelend arts vereist.
Verder kan het ontbreken van een redelijk alternatief voor de auto meewegen, bijvoorbeeld bij wonen in een landelijk gebied met slechte openbaar vervoersverbindingen. Dit argument staat meestal niet op zichzelf sterk genoeg, maar versterkt een verzoek dat al op een andere grond is gebaseerd.
Ten slotte kunnen ook andere bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals een onverwacht overlijden in de familie, een naderende bevalling, of andere acute gezinssituaties. Deze worden per geval beoordeeld en vragen om een concrete en goed onderbouwde toelichting.
Wijst de officier van justitie het verzoek af? Dan kan een klaagschrift
Wijst de officier van justitie het verzoek tot teruggave af, dan kunt u een klaagschrift indienen bij de rechtbank. Dit kan zowel voordat als nadat er al een zittingsdatum bekend is. Het klaagschrift wordt doorgaans op korte termijn behandeld, nog voordat de strafzaak zelf inhoudelijk wordt beoordeeld. Bij de behandeling van het klaagschrift gaat het uitsluitend om de vraag of er reden is het rijbewijs (tussentijds) terug te geven; het onderliggende strafbare feit wordt daarbij niet inhoudelijk beoordeeld.
Waarom een advocaat inschakelen?
Een verzoek tot teruggave kunt u in principe zelf indienen, maar juridische bijstand vergroot doorgaans de kans op succes. Een advocaat kan het verzoek juridisch onderbouwen, een klaagschrift opstellen en indienen, u vertegenwoordigen op de zitting, de relevante termijnen bewaken, en u adviseren over uw kansen en de te volgen strategie.
Wat betekent teruggave voor de strafzaak?
Krijgt u uw rijbewijs terug naar aanleiding van het verzoek of het klaagschrift, dan is dit doorgaans een tijdelijke teruggave. Houd er rekening mee dat de rechter bij de behandeling van de strafzaak zelf nog steeds kan beslissen dat u uw rijbewijs voor langere tijd moet inleveren.
De Brouwer Advocaten
Is uw rijbewijs ingevorderd en overweegt u hierbij juridische hulp in te schakelen? De advocaten van De Brouwer Advocaten staan voor u klaar. U kunt ons bereiken door te bellen naar 010 423 0019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
