De smartphones liggen op tafel, de accounts zijn aangemaakt en de foto’s staan online – maar wie heeft daar eigenlijk toestemming voor gegeven? Social media is niet meer weg te denken uit het gezinsleven, maar raakt tegelijkertijd aan fundamentele rechten van kinderen zoals het recht op privacy. Zeker na een scheiding blijkt de vraag wie mag beslissen over het online leven van een kind een bron van conflict. In deze blog leest u hier meer over.
Toestemming: de wet
Voor kinderen jonger dan zestien jaar is wettelijk bepaald dat toestemming voor het verwerken van persoonsgegevens moet worden gegeven door de wettelijk vertegenwoordiger. Hieronder valt ook het plaatsen van herkenbare foto’s op social media. In de praktijk betekent dit dat ouders met gezag beslissen over wat er online van hun kind verschijnt. Maar wat als ouders het na een scheiding niet eens zijn?
Wanneer beide ouders gezamenlijk gezag uitoefenen moeten zij belangrijke beslissingen over hun kind samen nemen. Zijn zij het niet eens, dan kan ieder van hen het geschil voorleggen aan de rechtbank op grond van artikel 1:253a BW. De rechter beslist dan uitsluitend op basis van het belang van het kind.
Wat zegt de praktijk?
In de rechtspraak is inmiddels in een reeks uitspraken bevestigd dat de vraag of foto’s of filmpjes van een kind op social media mogen worden geplaatst, een gezagsbeslissing is. Het plaatsen van herkenbare beelden grijpt in op het leven van het kind en strekt zich daarmee uit over diens persoon.
Uit de rechtspraak komen duidelijke lijnen naar voren. Zo kreeg een vader een verbod om foto’s van zijn eenjarige dochter op Facebook te plaatsen. Het kind had geen enkel positief belang bij die publicatie. WhatsApp werd uitdrukkelijk uitgezonderd. Berichten via WhatsApp bereiken alleen de ontvanger, die ze actief moet doorsturen. Facebook en Instagram verlenen via hun servicevoorwaarden juist een licentie aan het platform. Dat onderscheid speelt ook in andere uitspraken een rol.
Opvallend is verder dat ook derden gehouden zijn toestemming te vragen. Zo werd een grootmoeder opgedragen om foto’s van haar kleinkinderen van Facebook en Pinterest te verwijderen, omdat zij geen toestemming had gevraagd aan de wettelijk vertegenwoordigers. Hetzelfde gold voor een ex-partner die beeldmateriaal van het kind van haar vroegere partner had geplaatst. Haar emotionele belang om herinneringen te delen woog niet op tegen het recht op privacy van het kind.
In de rechtspraak wordt wel een nuance gemaakt wat betreft de zichtbaarheid van de beelden. Foto’s die zijn afgeschermd voor een beperkte kring hoeven niet per se verwijderd te worden. Pas wanneer beelden openbaar zijn is plaatsing in beginsel niet in het belang van het kind. Bij ruim honderd openbaar geplaatste filmpjes op YouTube oordeelde de rechter dat het recht op privacy van de kinderen zwaarder woog dan het recht op vrijheid van meningsuiting van de plaatsende ouder, zeker omdat de kinderen door de filmpjes werden teruggeworpen op eerdere trauma’s.
De rode draad
Uit de rechtspraak tekent zich een consistente lijn af. Het plaatsen van herkenbare foto’s van een minderjarig kind op openbare sociale media is een gezagsbeslissing waarvoor bij gezamenlijk gezag toestemming van beide ouders is vereist. Het belang van het kind is het enige toetsingskader. Trots willen delen, emotionele gehechtheid of het recht op vrije meningsuiting wegen in de regel niet op tegen de privacyrisico’s. WhatsApp en andere één-op-één communicatie worden daarbij anders beoordeeld dan publieke platforms als Facebook, Instagram en YouTube.
Minimumleeftijd voor social media
Naast de vraag wie foto’s van een kind mag plaatsen, speelt een bredere discussie over de leeftijd waarop kinderen zelf toegang mogen hebben tot sociale media. De huidige Nederlandse grens ligt op dertien jaar, conform de laagst mogelijke leeftijd die de Europese AVG toestaat. In de praktijk hebben echter veel jongere kinderen al een account.
In Nederland is een wetsvoorstel in voorbereiding om de minimumleeftijd te verhogen naar veertien of zestien jaar, met strengere verificatieplichten voor platforms. Het doel is kinderen beter te beschermen tegen algoritmische beïnvloeding, cyberpesten en overmatig gebruik. In het buitenland is de beweging al verder, zo voerde Australië in 2024 een wettelijk verbod in op social media voor kinderen onder de zestien. Als een vergelijkbaar voorstel in Nederland wet wordt, blijven ouders langer de wettelijke poortwachters voor het social media-gebruik van hun kind.
Wat kunt u doen?
Als u na een scheiding het gezamenlijk gezag heeft, is het verstandig met uw co-ouder heldere afspraken te maken over wat er online van uw kind verschijnt. Die afspraken kunt u vastleggen in het ouderschapsplan. Ontbreekt overeenstemming, dan kunt u de rechter op grond van artikel 1:253a BW vragen een regeling te treffen, zo nodig op straffe van een dwangsom.
De Brouwer Advocaten
Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen over uw kind en het gebruik van social media? Onze familierechtadvocaten staan u graag bij. U kunt ons bereiken door te bellen naar 010 423 0019 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
