OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Kinderbeschermingsmaatregelen bij complexe scheidingsproblematiek?

Als een kind in een pleeggezin verblijft op basis van een maatregel van ondertoezichtstelling met een machtiging uithuisplaatsing, zal een Gecertificeerde Instelling na verloop van twee jaar gaan beslissen of hulp binnen een aanvaardbare termijn nog mogelijk is en of het perspectief van het kind bij de ouders of in een pleeggezin ligt. Zoals de wetgever het bedoeld heeft dient in dat laatste geval een verzoek tot gezagsbeëindiging te volgen. Maar volgt uit het gegeven dat het perspectief niet bij de niet-verzorgende ouder ligt ook zonder meer dat het gezag van die ouder beëindigd moet worden?

De rechtbank

Bij beschikking d.d. 2 augustus 2018 heeft de rechtbank op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd. Vanwege een door de moeder aangevoerde echtscheidingsstrijd, heeft de kinderrechter eerder een machtiging verleend om de twee kinderen uit huis te plaatsen bij de vader. Nu de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling het uitgangspunt innemen dat het perspectief van de kinderen niet bij de moeder maar bij de vader ligt, stellen zij dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd zodat de machtiging uithuisplaatsing kan worden opgeheven en het hoofverblijf van de kinderen definitief bij de vader bepaald kan worden. De rechtbank wijst dit verzoek toe en beëindigd het ouderlijk gezag van de moeder. De moeder is het niet met deze beslissing eens en stelt hoger beroep in, waarna het gerechtshof de moeder gelijk geeft en de bestreden beschikking vernietigd.

Reikwijdte artikel 1:266 BW

Het gerechtshof schetst allereerst het wettelijke kader van artikel 1:266 lid 1 BW en geeft hierbij aan dat de rechtbank op grond van dit artikel het gezag van een ouder kan beëindigen als een kind zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de minderjarige aanvaardbare termijn. Ook kan het gezag worden beëindigd als de ouder het gezag misbruikt. Artikel 1:276 lid 1 BW bepaalt daarbij dat het verzoek tot gezagsbeëindiging alleen kan worden verzocht door de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie.

Volgens het gerechtshof speelt het bij de beoordeling van de gronden van dit verzoek een rol dat sprake was van gezamenlijk gezag van de ouders en de gezagsbeëindiging ook door de gezaghebbende vader kon worden verzocht op grond van artikel 1:253n BW, waarvoor andere beoordelingsvereisten gelden.

Het gerechtshof is van mening dat uit het gegeven dat het perspectief van de kinderen niet bij de moeder ligt, niet zonder meer volgt dat zij niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. Hierbij geeft het gerechtshof aan dat het feit dat een kind na een echtscheiding het hoofdverblijf bij één van de ouders heeft en daar ook zal houden niet vanzelfsprekend betekent dat de andere ouder niet in staat is tot het dragen van de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding.

Ten grondslag aan het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming ligt de wens om de machtiging uithuisplaatsing te kunnen beëindigen en het hoofdverblijf van kinderen definitief bij de vader te kunnen bepalen, maar volgens het gerechtshof is artikel 1:266 BW niet voor dergelijke situaties bedoeld. Een ouder kan op grond van artikel 1:253n BW immers zelf naar de rechter stappen om beëindiging van het gezamenlijk gezag te vragen. Daarnaast oordeelt het gerechtshof dat aan de vereisten om een gezagsbeëindigende maatregel uit te spreken ook niet voldaan wordt. Het gerechtshof is van mening dat niet is gebleken dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig door de moeder worden bedreigd.

Gezagsbeëindiging in het licht van artikel 8 EVRM

Omdat het ouderlijk gezag een belangrijk onderdeel van het gezinsleven is en dit recht in artikel 8 EVRM beschermd wordt, beoordeelt het gerechtshof de gezagsbeëindiging in het licht van dit artikel. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beschouwt een gezagsbeëindiging als een inbreuk op een gezag en daarom als een inmenging in het familieleven. Een dergelijke inmenging is alleen gerechtvaardigd als de inmenging een legitiem doel dient en noodzakelijk is in een democratische samenleving.  Nu de vader zelf ook naar de rechter kan stappen om een verzoek tot gezagsbeëindiging te vragen, is het volgens het gerechtshof nog maar de vraag of een dergelijke inmenging van de overheid hierbij gerechtvaardigd is. Het gerechtshof stelt dat de kinderen zich goed ontwikkelen en deze ontwikkeling dus niet ernstig wordt bedreigd. Omdat de moeder aangeeft zich ook niet te verzetten tegen het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader, is het gerechtshof van oordeel dat een gezagsbeëindiging van de moeder niet in een redelijke verhouding staat tot het doel dat wordt nagestreefd en dus niet noodzakelijk is.

Het inzetten van kinderbeschermingsmaatregelen bij complexe scheidingsproblematiek

Kinderbeschermingsmaatregelen worden soms ingezet als middel bij complexe scheidingsproblematiek, maar men kan zich afvragen of dat ook in het belang van het kind is. In deze zaak heeft het gerechtshof beoordeeld dat het gegeven dat het perspectief niet bij de niet-verzorgende ouder ligt niet zonder meer volgt dat het gezag van die ouder beëindigd moet worden. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij beschikking d.d. 24 april 2018 echter bepaald dat een gezagsbeëindiging in een complexe scheiding gerechtvaardigd is, als het gezamenlijk gezag of de uitvoering daarvan zodanige belastende conflicten of problemen oplevert voor een kind en dit een ernstige bedreiging oplevert voor de ontwikkeling van dat kind.

Een maatregel van gezagbeëindiging is een ingrijpende maatregel die een grote inbreuk maakt op het familieleven en rechters dienen dan ook terughoudend te zijn bij de toewijzing van dergelijke verzoeken. Het is de vraag of het ingrijpen van de overheid in de vorm van een gezagsbeëindiging bij een complexe echtscheiding gerechtvaardigd is, aangezien de andere ouder ook altijd zelf de mogelijkheid heeft om naar de rechter te stappen om een verzoek tot gezagsbeëindiging te vragen. Een maatregel van gezagsbeëindiging is een enorme inbreuk op het gezag en derhalve een vergaande maatregel en om die reden zou een maatregel als gezagsbeëindiging ook niet ingezet moeten worden als een middel bij complexe scheidingsproblematiek. Ouders kunnen zelf ook naar de rechter stappen, wat een overheidsingrijpen overbodig maakt. Het ligt op de weg van de Gecertificeerde Instelling en de Raad voor de Kinderbescherming om ouders hierover te adviseren.

De Brouwer Advocaten Rotterdam

Heeft u na het lezen van deze blog vragen over een maatregel van gezagsbeëindiging of wilt u verweer voeren tegen een verzoek tot gezagsbeëindiging? Onze jeugdrechtspecialisten staan u graag bij! U kunt onze advocaten in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.