OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

Op 1 januari is de Wet vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht in werking getreden. Deze wet brengt een belangrijke modernisering van het bewijsrecht in civiele procedures. Het doel is om het systeem eenvoudiger, duidelijker en beter toepasbaar te maken voor zowel partijen als voor de rechter. De nadruk ligt nu meer op het vroegtijdig verzamelen en delen van informatie, zodat geschillen efficiënter en met meer aandacht voor de inhoud kunnen worden behandeld.

Meer nadruk op waarheid en voorbereiding

De waarheidsplicht van artikel 21 Rv is aangescherpt. Partijen moeten niet alleen eerlijk zijn over de feiten die van belang zijn, maar ook actief bewijs verzamelen voordat de procedure begint. U kunt hierbij denken aan documenten, correspondentie of andere relevante gegevens die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de beoordeling van de zaak.

Wordt nagelaten die informatie te verzamelen of te delen dan bestaat het risico dat de rechter daar consequenties aan zal verbinden. Zo kan een vordering (deels) worden afgewezen als blijkt dat een partij haar waarheidsplicht heeft geschonden.

Eén regeling voor voorlopige bewijsverrichtingen

De nieuwe artikelen 196 tot en met 204 Rv brengen orde in de verschillende vormen van bewijsverzameling voorafgaand aan een procedure. De losse regelingen voor onder meer het voorlopig getuigenverhoor en deskundigenbericht worden samengevoegd tot één algemene regeling.

Partijen kunnen voortaan in één verzoekschrift meerdere bewijsverrichtingen combineren, zoals bijvoorbeeld het horen van getuigen en het laten opstellen van een deskundigenrapport. Dit bespaart tijd en voorkomt dubbel werk. Belangrijk is wel dat dergelijke verzoeken alleen voor de aanvang van de procedure kunnen worden gedaan.

Uitbreiding van het inzagerecht

De bekende exhibitievordering (voorheen artikel 843a Rv) heeft een nieuwe en duidelijker plek in de wet gekregen: artikelen 194 tot en met 195a Rv. Het uitgangspunt blijft dat een partij recht heeft op inzage in documenten als zij daar een voldoende belang bij heeft.

Nieuw is dat informatie nu ook kan worden opgevraagd bij derden die geen partij zijn in het geschil. Daarnaast geldt het inzagerecht ook voor digitale gegevens, zoals e-mails of computerbestanden.

Alleen wanneer sprake is van een verschoningsrecht (bijvoorbeeld bij advocaten of artsen) of gewichtige redenen (zoals vertrouwelijkheid), mag de wederpartij de stukken weigeren. Als dat gebeurt, kan de verzoekende partij zich tot de rechter wenden.

Vrijere bewijswaardering door de rechter

De beperking op de bewijskracht van een partijgetuigenverklaring is vervallen. Eerder gold dat een verklaring van een partij zelf niet voldoende bewijs kon opleveren zonder aanvullend bewijs. Dat is nu veranderd: de rechter mag voortaan vrij bepalen hoeveel waarde hij of zij aan zo’n verklaring hecht. Dit biedt ruimte voor een eerlijkere beoordeling, zeker in familierechtelijke kwesties waarin verklaringen van partijen vaak een centrale rol spelen.

Nieuwe rol bewijsbeslag en deurwaarders

Het is nu ook mogelijk om bewijs veilig te stellen door middel van conservatoir bewijsbeslag. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als wordt gevreesd dat belangrijke documenten verdwijnen. De rechter toetst vooraf of het beslag proportioneel is en of de belangen van de wederpartij voldoende worden beschermd.

Ook krijgt het proces-verbaal van constatering door een deurwaarder een stevigere plaats in het bewijsrecht. Zo’n proces-verbaal biedt een objectieve vastlegging van feiten en kan in een procedure dwingend bewijs opleveren.

De rechter heeft een actievere rol

De nieuwe wet bevestigd dat de rechter een actieve rol heeft bij het achterhalen van de materiele waarheid. De rechter kan zelf vragen stellen, onduidelijkheden bespreken en partijen stimuleren hun standpunten te verduidelijken. Deze praktijk was al gaande, maar heeft nu een wettelijke basis.

Daarnaast is vastgelegd hoe moet worden omgegaan met situaties waarin een partij weigert bepaalde stukken te overleggen. In dat geval kan een andere kamer van de rechtbank dan beoordelen of dit terecht is, zodat de behandelend rechter onbevooroordeeld blijft.

Inwerkingtreding en gevolgen

De nieuwe regels gelden voor alle procedures die na 1 januari 2025 zijn gestart of die na die datum in hoger beroep gaan. Lopende procedures vallen nog onder het oude bewijsrecht.

De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht heeft het civiele bewijsrecht dichter bij de praktijk gebracht. Voor partijen betekent dit meer verantwoordelijkheid om vanaf het begin volledig en zorgvuldig te handelen.

De Brouwer Advocaten Rotterdam

Wilt u weten wat deze nieuwe regels betekenen voor uw zaak of hoe u zich hierop kunt voorbereiden? Onze familierecht advocaten staan u graag bij! U kunt onze advocaten in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.