Als ouder draagt u verantwoordelijkheid voor de opvoeding, verzorging en vertegenwoordiging van uw kind. Deze verantwoordelijkheid heet ouderlijk gezag. Maar wat betekent dat precies en in welke situaties heeft u wel of geen gezag?
Welke rechten en plichten gelden er bij ouderlijk gezag?
Wanneer een ouder het gezag over een kind heeft, brengt dat zowel rechten als plichten met zich mee. De ouder is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind en moet daarbij zorgen voor het lichamelijke en geestelijke welzijn. Ook speelt de ouder een belangrijke rol in de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind. Ouders mogen zelf bepalen hoe zij hun kind opvoeden, wel verplicht de wet ouders bijvoorbeeld om de band van het kind met de andere ouder te bevorderen. Naast de opvoeding zijn ouders met gezag ook financieel verantwoordelijk. Zij zijn verplicht bij te dragen aan de kosten voor verzorging en opvoeding totdat het kind 21 jaar is, ongeacht of de ouders samen zijn of gescheiden leven.
Verder mogen ouders met gezag officiële handelingen namens hun minderjarige kind verrichten. Zo kunnen zij bijvoorbeeld een paspoort aanvragen, het kind inschrijven op een school of toestemming geven voor een medische behandeling. Omdat kinderen vaak nog niet zelfstandig zulke beslissingen mogen nemen, treedt de ouder hierbij als wettelijk vertegenwoordiger op. Tot slot is het de taak van de ouder om het vermogen van het kind te beheren.
Wanneer krijg ik gezag over een kind?
De regels rondom het verkrijgen van ouderlijk gezag hangen af van de situatie van de ouders. Wanneer ouders getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, krijgen zij automatisch gezamenlijk gezag over hun kind. Als de ouders na de geboorte van het kind trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan, krijgen zij eveneens gezamenlijk gezag, mits de vader of duomoeder het kind heeft erkend. Sinds 1 januari 2023 is het voor ongehuwde of niet-geregistreerde partners mogelijk om gezamenlijk gezag te verkrijgen wanneer zij het kind erkennen. Als het kind al voor die tijd erkend is moet het gezag digitaal aangevraagd worden.
Als de moeder niet getrouwd is, heeft zij automatisch het gezag, mits zij meerderjarig is en niet onder curatele staat of een geestelijke stoornis heeft. Een minderjarige moeder krijgt echter geen automatisch gezag en er wordt in dat geval een voogd aangesteld. Zodra zij 18 jaar wordt, kan zij het gezag aanvragen. Als geen van de ouders het gezag heeft, wordt er een voogd aangesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de ouders zijn overleden of niet in staat zijn het gezag uit te oefenen.
Wat gebeurt er met het gezag over mijn kinderen na mijn scheiding?
Na een scheiding of het einde van een geregistreerd partnerschap blijven beide ouders het ouderlijk gezag over hun kinderen behouden, tenzij de rechter anders beslist. Dit betekent dat zij gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Ook als het gaat om duomoeders of duovaders die gezamenlijk gezag over hun kinderen hebben, blijft dit gezag na een scheiding bestaan. In de praktijk maken ouders afspraken over de verzorging en opvoeding in een ouderschapsplan.
Als een ouder het gezag niet langer wil delen met de andere ouder, kan hij of zij de rechter vragen om het gezag aan één ouder toe te wijzen. In dit proces kan het kind ook een mening geven tijdens een kindgesprek. De rechter zal het gezamenlijk gezag alleen beëindigen als dit in het belang van het kind is. De rechter beslist dan wie het gezag krijgt. Als er meerdere kinderen zijn, zal de rechter voor elk kind afzonderlijk bepalen wie het ouderlijk gezag krijgt. Zelfs als een ouder het gezag verliest, blijft die ouder verplicht om bij te dragen aan de kosten voor het levensonderhoud van het kind totdat het 21 jaar wordt.
Wanneer stopt het ouderlijk gezag over een kind?
Het ouderlijk gezag eindigt automatisch wanneer een kind 18 jaar wordt, maar kan ook eerder stoppen als de rechter dat beslist, bijvoorbeeld bij mishandeling of ernstige opvoedproblemen. In zulke gevallen wordt meestal eerst hulp via de gemeente aangeboden. Als die hulp niet werkt of wordt geweigerd, kan de Raad voor de Kinderbescherming worden ingeschakeld. De Raad onderzoekt dan of de ontwikkeling van het kind ernstig in gevaar is en of beëindiging van het gezag noodzakelijk is. De kinderrechter beslist uiteindelijk of het gezag wordt overgedragen aan een gecertificeerde instelling of een pleegouder, die dan de voogdij uitoefent. Ouders hebben in dat geval officieel geen zeggenschap meer, maar worden indien mogelijk nog wel betrokken en geïnformeerd.
De Brouwer Advocaten
Heeft u na het lezen van deze blog vragen over ouderlijk gezag? Onze familierecht advocaten staan u graag bij! U kunt ons advocatenkantoor in Rotterdam bereiken door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.
