OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Omgang met kleinkinderen; wordt dit binnenkort makkelijker?

Helaas bestaan er niet alleen tussen ouders onderling geschillen over omgang. Grootouders kunnen ook een geschil hebben over de omgang met hun kleinkinderen met de ouders van de kleinkinderen. Wanneer de omgang tussen opa en oma door de ouders wordt verhinderd, dan kunnen de grootouders naar de rechter stappen om een omgangsregeling te treffen. Hiervoor komt binnenkort een wetswijziging, waardoor het nog makkelijker wordt. In deze blog leest u meer over de situatie nu en over de wetswijziging. 

 

Wat is een omgangsregeling?

Een omgangsregeling, of een bezoekregeling, is een regeling voor een ouder of belanghebbende die niet de hoofdverzorger is van het kind. Een omgangsregeling kunt u onderling afspreken, of verzoeken bij de rechter. De omgangsregeling bepaalt hoe vaak, waar en hoe lang  u het kind ziet. U kunt een omgangsregeling krijgen als u bijvoorbeeld een ouder bent die niet met het gezag belast is, niet de hoofdverzorger bent van het kind maar wel gezag heeft of wanneer u een sterke persoonlijke band met het kind heeft. Dit laatste is relevant voor de omgang met kleinkinderen en grootouders. 

 

De huidige situatie

Veel grootouders kampen momenteel met dit probleem. Het ontbreken van contact is vaak een gevolg van een familieruzie of een echtscheiding. De opa’s en oma’s weten niet hoe het met hun kleinkinderen gaat en de kleinkinderen snappen niet waarom zij hun opa en oma ineens niet meer zien. 

 

Er is geen wettelijke bepaling in de Nederlandse wet die grootouders een recht op omgang geeft met hun kleinkinderen. Op grond van art. 1:377a lid 1 Burgerlijk wetboek en Europese wetgeving kunnen de grootouders wel een omgangsregeling proberen af te dwingen bij de rechtbank. De grootouders moeten hiervoor wel een eerste obstakel overwinnen. De grootouders moeten, alvorens de rechtbank het verzoek inhoudelijk gaat beoordelen, aantonen dat zij in een zogenaamde ‘nauwe persoonlijke betrekking’ staan tot het kleinkind. Dit houdt in dat de grootouders een sterkere band met het kleinkind moeten hebben dan normale grootouders die hun kleinkinderen zo nu en dan zien. Er moet, voordat de grootouders de kleinkinderen niet meer mochten zien, sprake zijn van structureel en regelmatig contact. U kunt hierbij denken aan een oppasdag of het halen en brengen van school. Ook wanneer het kind bijvoorbeeld enige tijd in het huis van de grootouders heeft gewoond is er sprake van een nauwe persoonlijke betrekking met de grootouders. Er kan ook gesproken worden van een nauwe persoonlijke betrekking met de grootouders als er over en weer sprake is van geregeld en plezierig contact. Het is erg belangrijk om dit aan te tonen. Dit kan vaak doormiddel van foto’s, whatsappgesprekken met de ouders of mailcontact.

 

Wanneer de rechtbank acht dat de grootouders in een nauwe persoonlijke betrekking tot de kleinkinderen staan, dan zal de rechtbank de grootouders ontvankelijk verklaren in hun verzoek. Dit houdt in dat de rechtbank het verzoek inhoudelijk gaat beoordelen. Hiermee is het eerste obstakel overwonnen. Het tweede obstakel is vervolgens dat de rechtbank via een inhoudelijke beoordeling een belangenafweging moet maken. Hierbij weegt de rechtbank af wat het belang is van het contact tussen kleinkinderen en grootouders en wat dit voor een belasting voor het kleinkind en ouders meebrengt. 

 

De nieuwe situatie

Op 17 mei van dit jaar is er een wetsvoorstel ingediend, het wetsvoorstel ‘Wet drempelverlaging omgang grootouders’. Dit wetsvoorstel heeft het voornemen om het hiervoor genoemde artikel 1:377a lid 1 Burgerlijk wetboek te veranderen. De drempel voor grootouders om een verzoek tot omgang met hun kleinkinderen te doen bij de rechter wordt dan verlaagd. Het nieuwe uitgangspunt wordt dat de grootouders niet meer hoeven aan te tonen dat zij in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kleinkind staat vóórdat het verzoek ontvankelijk wordt verklaard. De rechter komt op deze manier toe aan de vraag of een omgangsregeling in het belang van het kind is. Hierdoor komt de rechter ook eerder toe aan de belangenafweging. Voor dit nieuwe uitgangspunt wordt in artikel 1:377a lid 1 Burgerlijk wetboek een bewijsvermoeden van de aanwezigheid van een nauwe persoonlijke betrekking opgenomen. Hierdoor wordt het voor grootouders makkelijker om omgang te verzoeken bij de rechter en wordt de rechtszekerheid bevorderd. Dit wettelijk vermoeden kan door belanghebbenden worden weerlegd. De bewijslast verplaatst dus. 

 

De stand van zaken

De nieuwe wet is er nog niet. 17 mei van dit jaar is het wetsvoorstel ingediend. Op 24 mei is het wetsvoorstel bij plenaire vergadering aan de Tweede Kamer voorgebracht. Vervolgens is er op 22 juni een verslag gekomen op het wetsvoorstel.

Momenteel is het kabinet demissionair. Dit komt omdat het kabinet op 12 juli 2023 gevallen is. Het  demissionair kabinet is niet bevoegd om alle onderwerpen, en dan met name wetsvoorstellen, te behandelen. Onderwerpen die controversieel worden verklaard, komen niet op de kameragenda en zullen pas weer behandeld worden als er een nieuw kabinet is aangetreden. Het demissionair kabinet kan dus alleen over onderwerpen besluiten als deze niet controversieel zijn verklaard. 

Op 7 september jl. is het wetsvoorstel als ‘niet-controversieel’ verklaard. Dit houdt in dat het demissionair kabinet kan doorvergaderen over dit wetsvoorstel. 

 

De Brouwer Advocaten

Heeft u vragen over de blog, of wilt u meer weten over de omgang met kleinkinderen? De familierecht advocaten en juristen van De Brouwer Advocaten Rotterdam staan voor u klaar. U kunt ons bereiken door te bellen 010 – 432 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.