OP DIT MOMENT ACCEPTEREN WIJ UITSLUITEND ZAKEN OP BASIS VAN UURTARIEF

Moord, doodslag of dood door schuld?

Een misdrijf die de dood van een ander tot gevolg heeft kan verschillend worden gekwalificeerd. Van welke delict er sprake is, is van belang voor onder meer de straf en de veroordeling. Zoals de titel al aangeeft zijn de drie verschillende delicten die passen bij bovenstaande omschrijving;  moord, doodslag en dood door schuld. In deze blog volgt een uitleg van elk van de drie misdrijven.

Moord

Moord is het ‘opzettelijk en met voorbedachte rade een ander van het leven beroven’. Voorbedachte rade houdt hierbij in dat er van tevoren nagedacht moet zijn over de gepleegde daad. Van moord kan dus worden gesproken wanneer iemand een doordacht plan had om iemand te doden en dat plan ook daadwerkelijk uitvoert. Wanneer iemand een ander in een opwelling doodt, zonder voorbedachte rade, is het dus geen moord. De voorbedachte rade moet wel bewezen worden. Een voorbeeld van moord is de situatie waarin iemand met een geladen pistool naar iemand toe rijdt en diegene met dat geladen pistool doodschiet.

Moord wordt gezien als een van de meest zware delicten uit het Nederlandse strafrecht. De rechter kan aan een dader bij moord de hoogste straffen opleggen. Bij moord kan namelijk de levenslange gevangenisstraf worden opgelegd, of de langste tijdelijk gevangenisstraf (30 jaar). Bij moord worden er bovendien bijna nooit voorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd.

Wanneer er een poging wordt gedaan iemand te vermoorden, is dit ook strafbaar. Er moet hiervoor wel een begin van uitvoering zijn. Dit houdt in dat er een start moet zijn gemaakt om iemand te vermoorden, dus wanneer hij  met een geladen pistool naar het slachtoffer onderweg is. Wanneer iemand uit zichzelf besluit om toch niet door te gaan met de moord, is diegene niet strafbaar en zal dit niet kwalificeren als poging tot moord. Dit is anders indien diegene wordt gestopt in zijn handelen door iemand van buitenaf.

Doodslag

Doodslag is het ‘opzettelijk een ander van het leven beroven’. Hierbij valt meteen op dat voorbedachte rade geen vereiste meer is. Wanneer iemand een ander in een opwelling met opzet doodt, zonder dat hiervoor een plan is gemaakt, is er dus sprake van doodslag. Er moet wel sprake zijn van opzet, dus iemand moet doelbewust iemand willen doden. Een voorbeeld van doodslag is wanneer iemand in een ruzie een mes pakt en de ander in een opwelling doodsteekt. De dader heeft dit niet vooraf gepland, maar hij heeft wel met opzet de ander neergestoken. Er is sprake van opzet wanneer de dader wist of had moeten weten dat zijn handelen de dood tot gevolg zou hebben of zou kunnen hebben.

Voor doodslag geldt de maximumstraf van 15 jaar. Levenslang of de maximale tijdelijke gevangenisstraf zijn dus geen mogelijkheden. Bij het opleggen van de straf houdt de rechter rekening met alle omstandigheden van het geval.

In Nederland bestaat er ook de gekwalificeerde doodslag. Dit is doodslag in combinatie met een ander strafbaar feit, waarbij doodslag wordt gebruikt om het andere strafbare feit te vereenvoudigen. Hierbij kan men denken aan het doden van een bewaker tijdens een beroving. De gekwalificeerde doodslag wordt in Nederland zwaarder gestraft. Bij gekwalificeerde doodslag kan de rechter maximaal 30 jaar gevangenisstraf opleggen in plaats van 15 jaar.

Ook bij de doodslag kan er de poging tot bestaan. Het OM bepleit vaak dat er sprake is van poging tot doodslag wanneer iemand een ander (zwaar) mishandelt. Wanneer de mishandeling dusdanig zwaar is geweest, kan het zijn dat de rechter oordeelt dat de mishandeling een poging tot doodslag is geweest.

Dood door schuld

Er is sprake van dood door schuld wanneer ‘iemand komt te overlijden door een ander zijn handelen of nalaten’. Bij schuld wordt hier verstaan het verwijtbaar handelen. Er is geen sprake geweest van opzet, maar door het toedoen van iemands handelen of nalaten is een ander komen te overlijden. Het zal hier veelal gaan om risicovol of nalatig gedrag. Wanneer er roekeloos wordt gehandeld is er ook sprake van dood door schuld. Iemand handelt roekeloos wanneer diegene minachting heeft voor de gevaren van zijn handelen en alle risico’s op de koop toeneemt. Een voorbeeld van dood door schuld is een verpleegster die een verkeerde injectie aan een arts geeft, waardoor de patiënt komt te overlijden.

De maximale straf bij dood door schuld is vele male lager dan bij moord of doodslag. Dit komt door het gebrek aan opzet en voorbedachte rade. De maximale gevangenisstraf bij normale dood door schuld bedraagt 2 jaar. Wanneer echter sprake is van roekeloosheid, kan dit oplopen tot maximaal 4 jaar. Ook hier is het afhankelijk van het oordeel van de rechter en de omstandigheden van het geval.

De rechter bepaalt

In de bovenstaande alinea’s zijn de verschillen tussen moord, doodslag en dood door schuld uiteengezet. Wat opvalt is dat bij de strafbepaling van de verschillende misdrijven het aan de rechter is om in de omstandigheden van het geval tot een passende straf te komen. Relevante omstandigheden zijn bijvoorbeeld de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoon van de verdachte, de straffen die eerder al zijn opgelegd en de zwaarte van de daad.