Sinds de coronacrisis zijn elektrische fietsen mateloos populair. Sommigen gebruiken ze om lekker mee te toeren in het weekend, anderen gaan er elke dag mee naar hun werk. Ruim een kwart van de jaarlijks gefietste kilometers worden gereden op elektrische fietsen. Maar wat nou als er een ongeluk gebeurt, wie is er dan eigenlijk aansprakelijk? Het antwoord op deze vraag leest u in dit blog.
Soorten elektrische fietsen
Allereerst is het belangrijk om iets te vertellen over de soorten elektrische fietsen. Dit blog gaat expliciet over fietsen en dus niet over andere elektrische voertuigen zoals steps. Voor verschillende soorten elektrische fietsen gelden namelijk ook verschillende wettelijk vastgelegde regels.
De eerste soort elektrische fiets is de pedelec. Dit is daarnaast ook de meest bekende en meest voorkomende vorm van de elektrische fiets. Deze fiets biedt trapondersteuning door middel van een kleine elektromotor. De motor heeft een vermogen van maximaal 250 watt en ondersteunt tot een snelheid van 25 km/h. Deze elektrische fiets wordt vaak een e-bike genoemd, maar dat is onjuist en erg verwarrend voor de consument. Er is namelijk compleet andere regelgeving van toepassing op een e-bike dan op een pedelec.
De tweede soort elektrische fiets is een speed-pedelec. In principe werkt deze fiets hetzelfde als de standaard pedelec, alleen heeft deze een maximum snelheid van 45 km/h. Het vermogen van de motor is maximaal 4000 watt. Deze fiets is dus een stuk sneller en krachtiger dan de standaard pedelec.
Dan is er nog de enige echte e-bike. Dit is een elektrische fiets waarbij de trappers en de elektromotor niet met elkaar in verbinding staan. De fietser wordt dus niet alleen ondersteunt als de bestuurder trapt, maar ook als deze niet trapt. In de praktijk betekent dit dat de fiets met een hendel van snelheid kan veranderen en dat het dus niet relevant is of er getrapt wordt. Deze elektrische fiets is ook weer in twee vormen op de markt te vinden. De ene vorm heeft een maximumsnelheid van 25 km/h, de ander een maximumsnelheid van 45 km/h.
De weg- en verkeerswet
De weg- en verkeerswet stelt in art. 1 lid 1 onder c de volgende definitie voor motorrijtuigen: ’’motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning;’’
Hieruit volgt dus in ieder geval dat een standaard pedelec niet als een motorrijtuig wordt beschouwd. De bestuurder van een pedelec is dus juridisch beschouwd een gewone fietser. Een gewone fietser is net als een voetganger een zogenoemde zwakke verkeersdeelnemer in de zin van art. 185 WVW. Wanneer er dus een ongeval plaatsvindt tussen een pedelec en een motorrijtuig dan is de bestuurder van het motorrijtuig voor minstens vijftig procent aansprakelijk, zelfs als de schuld bij de fietser ligt. Er is één uitzondering op deze regel, namelijk als de bestuurder zich kan beroepen op overmacht. Echter houdt dit verweer in de praktijk bijna nooit stand.
De regels voor de speedpedelec en e-bikes ligt wat ingewikkelder. De Europese wetgever heeft in 2016 de regelgeving voor de speedpedelec aangepast. Voor 2017 werd een speedpedelec gezien als een snorfiets en had deze een blauw kenteken, maar mocht hij nog wel op het fietspad rijden zonder helm. Inmiddels wordt een speedpedelec gezien als een elektrische bromfiets. Dat betekent dat de bestuurder een speciale helm op moet en op de rijbaan of het bromfietspad moet rijden. Daarnaast is ook een WA-verzekering en een (bromfiets-)rijbewijs een verplichting geworden. Tot slot geldt dat wanneer er een ongeluk gebeurd de bestuurder aansprakelijk is voor de hoeveelheid schuld die hij aan het ongeval had. Of wanneer hij een ongeluk heeft met een zogenoemde zwakke verkeersdeelnemer zal hij voor minstens 50% aansprakelijk zijn, tenzij hij zich kan beroepen op overmacht.
Ook voor de laatste categorie elektrische fietsen, de e-bikes, gelden wederom andere regels. Bij de e-bike is de regelgeving afhankelijk van de maximale snelheid. Wanneer een e-bike niet harder kan dan 25 km/h geldt dezelfde regelgeving als voor een snorfiets. Dat betekent dat deze e-bike gewoon op het fietspad mag rijden en dat de bestuurder geen helm op hoeft. Wel moet de e-bike WA-verzekerd zijn en is de bestuurder voor minstens vijftig procent aansprakelijk wanneer er een ongeluk gebeurt met een zwakkere verkeersdeelnemer.
Tot slot de regels met betrekking tot de e-bike met een maximumsnelheid van 45 km/h. Deze e-bike wordt, net als de speedpedelec, gezien als een elektrische bromfiets. De fiets dient dus te beschikken over een WA-verzekering, nummerplaat, en andere bouwtechnische specificaties. Ook is het van belang dat de bestuurder in het bezit is van een rijbewijs. De aansprakelijkheid werkt voor e-bikes dus hetzelfde als voor de, hierboven genoemde, speedpedelecs.
Conclusie
De regels verschillen dus sterk per elektrische fiets, zorg er dan ook voor dat u goed weet wat voor elektrische fiets u heeft aangeschaft. Bent u zelf betrokken geweest bij een ongeval? Neem dan contact met ons op, zodat we uw mogelijkheden kunnen bespreken. U kunt de hulp inschakelen van ons advocatenkantoor in Rotterdam door te bellen naar 010 423 00 19 of door te mailen naar info@debrouweradvocaten.nl. Daarnaast kunt u het contactformulier op onze website invullen. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op!
